Hoe komen die grote, zware stenen nou toch terecht op plekken waar ze overduidelijk niet vandaan komen? Deze vraag houdt de mensen al eeuwenlang bezig en was lang voer voor wilde speculaties. Was er ooit een reusachtig wezen met onmetelijke krachten die de stenen neergooide waar hij maar wilde? Tot de achttiende eeuw werden zulke verklaringen nog geloofd, maar met de Verlichting ging men op zoek naar andere antwoorden. Toch werd er lang geaarzeld om de ware oorzaak van de mysterieuze steenverplaatsingen te accepteren. Het idee dat half Europa ooit met honderden meters hoge gletsjers was bedekt en dat die de stenen met zich meevoerden, leek toch te gek om waar te zijn. Toch is het zo en op een bepaalde manier maakt dat het verhaal over de reusachtige wezens een beetje waar. De gletsjers die circa 250.000 jaar geleden - in het pleistoceen - vanuit Scandinavië doordrongen tot de Nederrijn hadden een enorme kracht. Ze persten zand en steen uit de ondergrond samen tot grote wallen: morenes. Met de zacht glooiende heuvels die zo kenmerkend zijn voor het landschap rond de Nederrijn als gevolg. En wie hier goed om zich heen kijkt, zal meteen opvallen dat overal zwerfkeien verspreid liggen en een functie hebben gekregen als grensmarkering of grafsteen. De GeoWanderweg voert langs zes plekken en toont op een aantrekkelijke manier de geschiedenis van het morenelandschap. Sinds 2012 is daar de Findlingsweg – van Dassendaler Weg tot het Landdrostsche Huf – op aangesloten. Hoe sereen de stenen nu ook opgaan in het landschap, ze hebben een heel verhaal te vertellen. Sommige dragen nog de fossiele sporen van zee-egels, mossels of subtropische planten. Er zijn stenen tussen met een leeftijd van circa 5 miljoen jaar, die komen nog maar net kijken. Andere hebben als intrusiegesteente al een miljard jaar achter de rug. Niet alle zwerfkeien zijn hier trouwens dankzij de gletsjers vanuit Scandinavië terechtgekomen. Sommige kwamen als verstekeling mee op ijsschotsen uit het zuiden. De zwerfkeien hebben ons veel te vertellen. Ooit waren ze de sleutel om de ijstijd te begrijpen en ook nu nog helpen ze ons om een voorstelling te maken van het ijslandschap dat hier ooit lag.

Terug

Zwerfkeien

Resten uit de ijstijd

Hoe komen die grote, zware stenen nou toch terecht op plekken waar ze overduidelijk niet vandaan komen? Deze vraag houdt de mensen al eeuwenlang bezig en was lang voer voor wilde speculaties. Was er ooit een reusachtig wezen met onmetelijke krachten die de stenen neergooide waar hij maar wilde? Tot de achttiende eeuw werden zulke verklaringen nog geloofd, maar met de Verlichting ging men op zoek naar andere antwoorden. Toch werd er lang geaarzeld om de ware oorzaak van de mysterieuze steenverplaatsingen te accepteren. Het idee dat half Europa ooit met honderden meters hoge gletsjers was bedekt en dat die de stenen met zich meevoerden, leek toch te gek om waar te zijn. Toch is het zo en op een bepaalde manier maakt dat het verhaal over de reusachtige wezens een beetje waar. De gletsjers die circa 250.000 jaar geleden - in het pleistoceen - vanuit Scandinavië doordrongen tot de Nederrijn hadden een enorme kracht. Ze persten zand en steen uit de ondergrond samen tot grote wallen: morenes. Met de zacht glooiende heuvels die zo kenmerkend zijn voor het landschap rond de Nederrijn als gevolg. En wie hier goed om zich heen kijkt, zal meteen opvallen dat overal zwerfkeien verspreid liggen en een functie hebben gekregen als grensmarkering of grafsteen. De GeoWanderweg voert langs zes plekken en toont op een aantrekkelijke manier de geschiedenis van het morenelandschap. Sinds 2012 is daar de Findlingsweg – van Dassendaler Weg tot het Landdrostsche Huf – op aangesloten. Hoe sereen de stenen nu ook opgaan in het landschap, ze hebben een heel verhaal te vertellen. Sommige dragen nog de fossiele sporen van zee-egels, mossels of subtropische planten. Er zijn stenen tussen met een leeftijd van circa 5 miljoen jaar, die komen nog maar net kijken. Andere hebben als intrusiegesteente al een miljard jaar achter de rug. Niet alle zwerfkeien zijn hier trouwens dankzij de gletsjers vanuit Scandinavië terechtgekomen. Sommige kwamen als verstekeling mee op ijsschotsen uit het zuiden. De zwerfkeien hebben ons veel te vertellen. Ooit waren ze de sleutel om de ijstijd te begrijpen en ook nu nog helpen ze ons om een voorstelling te maken van het ijslandschap dat hier ooit lag.

Naar het overzicht Naar het overzicht