Hoe bakende men als heerser vroeger het beste de grenzen van zijn vorstendom af? Een grens moest duidelijk zichtbaar, solide en economisch zijn. Prikkeldraad bestond nog niet. Stenen om dikke muren mee te bouwen waren duur en het kostte veel moeite om ze van ver weg naar de Neder-Rijn te krijgen. Hout bestond weliswaar, maar dat werd al voor huizen en als brandstof gebruikt. Ideaal waren hindernissen die al in de natuur aanwezig waren, zoals bergketens of rivieren. Nu komen bergketens hier niet veel voor, maar de Rijn deed in de tijd van de Romeinen als natuurlijke grens dienst. Alleen stroomde de Rijn niet overal en veranderde deze van tijd tot tijd zijn koers. Om die reden bleef er slechts één optie over. Men groef greppels uit en de uitgegraven aarde stapelde men tot wallen op. De wallen werden vervolgens met ondoordringbaar struikgewas beplant en zo kwam men nauwelijks door deze hindernis. Stelt u zich voor hoeveel werk dat in deze tijd was! Er was nauwelijks gereedschap behalve houten schepjes en klompen aan de voeten! Maar het was dubbel en dwars de moeite waard. Zo werd namelijk niet alleen de grens aangegeven. De greppels liepen in onze vochtige streek vol met water. Dat maakte hun oversteek lastiger en de grens geschikter! Tegelijkertijd zorgde deze grensaanleg voor een snellere ontwatering wat weer ten goede kwam aan de landbouw. Meer landbouw betekende in de middeleeuwen meer geld en meer geld vereiste weer betere grenzen. Alles hangt dus met elkaar samen. Dat maakt de landweren tot een complex fenomeen: ze zijn niet alleen de oudste grensmarkering in Noordrijn-Westfalen en daarmee een opperbest archeologisch monument. Ze zorgen daarnaast nog steeds voor de waterregeling, in ieder geval daar, waar de greppels nog intact zijn. Vaak staan er alleen nog de wallen met het daarop gegroeide struikgewas. Deze zijn nog van waarde als zichtas, windvanger en ten dele als ecologisch waardevolle leefruimte. En sommige landweren zijn uitstekend geschikt als bosweg. In dat geval verschaffen ze wandelaars een stevige grip, een droge bodem onder de voeten en een goed uitzicht.

Terug

De landweren

Middeleeuwse grenzen

Hoe bakende men als heerser vroeger het beste de grenzen van zijn vorstendom af? Een grens moest duidelijk zichtbaar, solide en economisch zijn. Prikkeldraad bestond nog niet. Stenen om dikke muren mee te bouwen waren duur en het kostte veel moeite om ze van ver weg naar de Neder-Rijn te krijgen. Hout bestond weliswaar, maar dat werd al voor huizen en als brandstof gebruikt. Ideaal waren hindernissen die al in de natuur aanwezig waren, zoals bergketens of rivieren. Nu komen bergketens hier niet veel voor, maar de Rijn deed in de tijd van de Romeinen als natuurlijke grens dienst. Alleen stroomde de Rijn niet overal en veranderde deze van tijd tot tijd zijn koers. Om die reden bleef er slechts één optie over. Men groef greppels uit en de uitgegraven aarde stapelde men tot wallen op. De wallen werden vervolgens met ondoordringbaar struikgewas beplant en zo kwam men nauwelijks door deze hindernis. Stelt u zich voor hoeveel werk dat in deze tijd was! Er was nauwelijks gereedschap behalve houten schepjes en klompen aan de voeten! Maar het was dubbel en dwars de moeite waard. Zo werd namelijk niet alleen de grens aangegeven. De greppels liepen in onze vochtige streek vol met water. Dat maakte hun oversteek lastiger en de grens geschikter! Tegelijkertijd zorgde deze grensaanleg voor een snellere ontwatering wat weer ten goede kwam aan de landbouw. Meer landbouw betekende in de middeleeuwen meer geld en meer geld vereiste weer betere grenzen. Alles hangt dus met elkaar samen. Dat maakt de landweren tot een complex fenomeen: ze zijn niet alleen de oudste grensmarkering in Noordrijn-Westfalen en daarmee een opperbest archeologisch monument. Ze zorgen daarnaast nog steeds voor de waterregeling, in ieder geval daar, waar de greppels nog intact zijn. Vaak staan er alleen nog de wallen met het daarop gegroeide struikgewas. Deze zijn nog van waarde als zichtas, windvanger en ten dele als ecologisch waardevolle leefruimte. En sommige landweren zijn uitstekend geschikt als bosweg. In dat geval verschaffen ze wandelaars een stevige grip, een droge bodem onder de voeten en een goed uitzicht.

Naar het overzicht Naar het overzicht