Aan het einde van de negentiende eeuw was Borth een erkende bestemming voor goudgravers. Nee, echt goud werd er niet gezocht, maar kolen wel: het zwarte goud. Na enkele proefboringen was het raak. Maar wel anders dan verwacht. Want het gevonden goud was niet zwart, maar wit. Het was zout. Op een diepte van 500 tot bijna 1000 meter ligt hier namelijk de Nederrijnse zoutpan, een 200 meter dikke en circa 50 kilometer lange steenzoutlaag. En dit zout wordt tot op de dag van vandaag gewonnen in een van de grootste zoutmijnen van Europa. Alle begin is moeilijk, dat geldt ook voor dit verhaal. Overstromingen, blikseminslagen en explosies eisten meerdere slachtoffers en vertraagde de zoutwinning met meer dan twee decennia. Maar in 1924 kon het echt beginnen. Werken in een zoutmijn verschilt niet veel van werken in een kolenmijn: schachten, gigantische machines, gecontroleerde explosies en veel lawaai en stof. De ongeveer 20 meter hoge kamers die ontstaan wanneer het zout eenmaal is gewonnen, worden gebruikt om aardgas in op te slaan. Dagelijks wordt hier maximaal 12.000 ton fijn steenzout  gewonnen dat voor verschillende doeleinden wordt gebruikt. Als tafelzout of strooizout, zout voor de industrie of zout voor de medische wetenschap – het witte goud is een van de belangrijkste grondstoffen die we kennen. Net als hun mijncollega's in het Roergebied, wonen de mensen die hier werken deels nog in de – inmiddels op de monumentenlijst opgenomen – huizen van de mijnstad uit het begin van de twintigste eeuw.

Terug

Zoutmijnen

Het witte goud uit Borth

Aan het einde van de negentiende eeuw was Borth een erkende bestemming voor goudgravers. Nee, echt goud werd er niet gezocht, maar kolen wel: het zwarte goud. Na enkele proefboringen was het raak. Maar wel anders dan verwacht. Want het gevonden goud was niet zwart, maar wit. Het was zout. Op een diepte van 500 tot bijna 1000 meter ligt hier namelijk de Nederrijnse zoutpan, een 200 meter dikke en circa 50 kilometer lange steenzoutlaag. En dit zout wordt tot op de dag van vandaag gewonnen in een van de grootste zoutmijnen van Europa. Alle begin is moeilijk, dat geldt ook voor dit verhaal. Overstromingen, blikseminslagen en explosies eisten meerdere slachtoffers en vertraagde de zoutwinning met meer dan twee decennia. Maar in 1924 kon het echt beginnen. Werken in een zoutmijn verschilt niet veel van werken in een kolenmijn: schachten, gigantische machines, gecontroleerde explosies en veel lawaai en stof. De ongeveer 20 meter hoge kamers die ontstaan wanneer het zout eenmaal is gewonnen, worden gebruikt om aardgas in op te slaan. Dagelijks wordt hier maximaal 12.000 ton fijn steenzout  gewonnen dat voor verschillende doeleinden wordt gebruikt. Als tafelzout of strooizout, zout voor de industrie of zout voor de medische wetenschap – het witte goud is een van de belangrijkste grondstoffen die we kennen. Net als hun mijncollega's in het Roergebied, wonen de mensen die hier werken deels nog in de – inmiddels op de monumentenlijst opgenomen – huizen van de mijnstad uit het begin van de twintigste eeuw.

Naar het overzicht Naar het overzicht