MP3 Download

Waarschijnlijk het meest efficiënte middel tegen steekmuggen is een oude schuur. Een oud dak heeft ook voordelen. Een meer is leuk, graag een paar oude bomen en natuurlijk een weiland met veel inheemse wilde bloemen, die insecten lokken. Dan neemt namelijk de kans toe dat vleermuizen zich prettig voelen en die lusten graag muggen. In elk geval de dwergvleermuis. Een volwassen dier weegt zoveel als een suikerklontje en past met opgevouwen vleugels in een luciferdoosje. Dat zou hem natuurlijk wel wat te nauw zijn, maar vleermuizen houden wel van nauwte, bijvoorbeeld scheuren in huismuren, in holen, dakgevels of bomen. In hun winterkwartieren hangen ze dicht tegen elkaar aan om zo weinig mogelijk energie te verliezen, want die hebben ze nodig om na een lange winterslaap weer wakker te worden. Ook ‘s zomers in de kraamkolonie gaat het nogal opdringerig toe. 20 tot 50 moederdieren bekommeren zich hier in de nauwste ruimtes om hun jongen. Van daaruit gaan de stuntvliegers ’s avonds en ’s nachts op jacht. Daarbij zijn hun jachtgebieden en strategieën verschillend. De dwergvleermuis jaagt graag aan bosranden en boven watertjes. De vale vleermuis is de grootste vleermuissoort die voorkomt op het Europese vasteland. Deze soort is zelf niet alleen groot, maar heeft haar prooi graag ook aan de forse kant. Ze eten bijvoorbeeld motten of nog liever grote kevers. De vale vleermuis houdt van open velden, akkers en bosranden, maar jaagt ook tussen de bomen en is ook in staat om al kruipend over de grond op buit te jagen. Bij allen gemeenschappelijk is het gebruik van echoplaatsbepaling. Met hun larynx of strottenhoofd zenden ze hoogfrequente geluidsgolven uit, die door voorwerpen in de omgeving weerkaatst worden. De echo nemen de vleermuizen dan met hun fijne gehoor waar en kunnen daardoor soort en afstand van het object goed bepalen. Voor de mens zijn de meeste in het ultrasone gebied liggende tonen niet hoorbaar. Maar wat hebben ze met kerken te maken? Kerkdaken worden in verreweg de meeste gevallen niet gebruikt en zijn dus rustig. Bovendien hebben ze het juiste microklimaat. Kortom: ze vormen ideale habitat voor vleermuizen. In de vliering van enkele kerken hebben de natuurbeschermers van het „Biologische Station im Kreis Wesel“ daarom speciale vleermuisverblijven ingericht, om een alternatief te bieden voor de natuurlijke winterverblijven, die steeds vaker verdwijnen door huisrenovaties, sloop en door de afname van het aantal geschikte bomen. Samen met groepen jongeren creëren de natuurbeschermers hangplekken, schuilholen en, heel belangrijk, vliegopeningen voor de vleermuizen. Regelmatige controles tonen aan dat de beschermde dieren hier een fijne plek hebben gevonden en de inspanningen van de natuurbeschermers echt resultaat opleveren. Het feit dat de vale vleermuis, en ook de grijze en bruine grootoorvleermuizen, in het district Wesel voorkomen is heel bijzonder! En het zijn nog trouwe kerkgangers ook.

Terug

Vleermuizen

Het kerkbezoek heeft vleugels, maar is geen engel

Waarschijnlijk het meest efficiënte middel tegen steekmuggen is een oude schuur. Een oud dak heeft ook voordelen. Een meer is leuk, graag een paar oude bomen en natuurlijk een weiland met veel inheemse wilde bloemen, die insecten lokken. Dan neemt namelijk de kans toe dat vleermuizen zich prettig voelen en die lusten graag muggen. In elk geval de dwergvleermuis. Een volwassen dier weegt zoveel als een suikerklontje en past met opgevouwen vleugels in een luciferdoosje. Dat zou hem natuurlijk wel wat te nauw zijn, maar vleermuizen houden wel van nauwte, bijvoorbeeld scheuren in huismuren, in holen, dakgevels of bomen. In hun winterkwartieren hangen ze dicht tegen elkaar aan om zo weinig mogelijk energie te verliezen, want die hebben ze nodig om na een lange winterslaap weer wakker te worden. Ook ‘s zomers in de kraamkolonie gaat het nogal opdringerig toe. 20 tot 50 moederdieren bekommeren zich hier in de nauwste ruimtes om hun jongen. Van daaruit gaan de stuntvliegers ’s avonds en ’s nachts op jacht. Daarbij zijn hun jachtgebieden en strategieën verschillend. De dwergvleermuis jaagt graag aan bosranden en boven watertjes. De vale vleermuis is de grootste vleermuissoort die voorkomt op het Europese vasteland. Deze soort is zelf niet alleen groot, maar heeft haar prooi graag ook aan de forse kant. Ze eten bijvoorbeeld motten of nog liever grote kevers. De vale vleermuis houdt van open velden, akkers en bosranden, maar jaagt ook tussen de bomen en is ook in staat om al kruipend over de grond op buit te jagen. Bij allen gemeenschappelijk is het gebruik van echoplaatsbepaling. Met hun larynx of strottenhoofd zenden ze hoogfrequente geluidsgolven uit, die door voorwerpen in de omgeving weerkaatst worden. De echo nemen de vleermuizen dan met hun fijne gehoor waar en kunnen daardoor soort en afstand van het object goed bepalen. Voor de mens zijn de meeste in het ultrasone gebied liggende tonen niet hoorbaar. Maar wat hebben ze met kerken te maken? Kerkdaken worden in verreweg de meeste gevallen niet gebruikt en zijn dus rustig. Bovendien hebben ze het juiste microklimaat. Kortom: ze vormen ideale habitat voor vleermuizen. In de vliering van enkele kerken hebben de natuurbeschermers van het „Biologische Station im Kreis Wesel“ daarom speciale vleermuisverblijven ingericht, om een alternatief te bieden voor de natuurlijke winterverblijven, die steeds vaker verdwijnen door huisrenovaties, sloop en door de afname van het aantal geschikte bomen. Samen met groepen jongeren creëren de natuurbeschermers hangplekken, schuilholen en, heel belangrijk, vliegopeningen voor de vleermuizen. Regelmatige controles tonen aan dat de beschermde dieren hier een fijne plek hebben gevonden en de inspanningen van de natuurbeschermers echt resultaat opleveren. Het feit dat de vale vleermuis, en ook de grijze en bruine grootoorvleermuizen, in het district Wesel voorkomen is heel bijzonder! En het zijn nog trouwe kerkgangers ook.

Naar het overzicht Naar het overzicht