Sekundärlebensraum

Het tweede leven van een paradijs

De nachtzwaluw en de sint-jacobsvlinder hebben het ook niet makkelijk. Er zijn steeds minder plekken in de omgeving waar deze dieren nog te vinden zijn. De kleine vogel en de roodzwarte nachtvlinder komen het meeste tot hun recht in een open, zonnig en droog heidelandschap. En die zijn er bijna niet meer aan deze kant van de grens. In de Maasduinen in Nederland zijn ze nog wel te vinden. Dit natuurpark biedt - met droge grasvelden, niet dichtgegroeide zandgronden en veel vijvertjes en beken - een landschap waar veel bedreigde dieren en planten kunnen groeien en bloeien. De duinen zijn overigens een erfenis uit de ijstijd. De Maas nam in de loop der eeuwen een indrukwekkende hoeveelheid zand mee en de sterke wind maakte er vervolgens een duinlandschap van.

Ook hier aan de Duitse kant van de grens speelden rivieren een belangrijke rol als zand- en grindleverancier. De aanwezigheid van deze grondstoffen maakte het landschap tot wat het was. Door het zand en het grind weer af te graven, onderging het landschap weer een gigantische verandering. Afgegraven zand- en grindgroeves worden teruggegeven aan de natuur. Ook dieren krijgen er de ruimte: bizons en buffels hebben er de ruimte om te grazen. Zo ontstaat een landschap dat lijkt op de Nederlandse Maasduinen.

De zandgrond is droog en kleine, kunstmatige watertjes zorgen voor genoeg diversiteit. Niet alleen zeldzame planten zien hier te vinden, ook veel bedreigde dieren hebben hier een plek gevonden. Ook de nachtzwaluw heeft het hier goed naar zijn zin en dat geldt eveneens voor andere zeldzame vogels als de wintertaling, het blauwborstje of de dodaars. De bedreigde rugstreeppad en de poelkikker leven hier naast libellen, sprinkhanen en vlinders als de sint-jacobsvlinder. Toch een hoopvolle ontwikkeling: als mensen zijn we niet alleen in staat de natuur te vernietigen, maar ook een zinvol, duurzaam en waardevol tweede leven te geven.

Naar het overzicht