Grind en zand zijn het goud van de Nederrijn. Het zijn cadeaus van de gletsjers die de begeerde grondstoffen al in de ijstijd hier naar toe brachten. Ook de rivieren Rijn en Maas waren gulle gevers, zij vervoeren al duizenden jaren zand en kiezelstenen naar het gebied. Zowel zand als grind werden en worden hier op grote schaal gewonnen. Dat heeft duidelijke sporen nagelaten in het landschap. In de toekomst zouden die sporen echter positief uit kunnen werken. Aan de winningsvergunningen zijn tegenwoordig namelijk voorwaarden gekoppeld. Als het zand en de stenen eenmaal zijn gewonnen, moet het achtergebleven gebied een bestemming krijgen met meerwaarde voor mens en natuur. Uit de oude groeves, die ooit zijn ontstaan op ecologisch weinig divers gebied, kunnen in de toekomst bijzonder ecologische structuren ontstaan. Idealiter wordt ingezet op natuurgebieden die nu te weinig voorhanden zijn. Dat biedt zeldzame planten en dieren de ruimte om te groeien en te bloeien en mensen een aantrekkelijk, divers landschap. Van meerdere voormalige groeves is inmiddels al één uitgestrekte biotoop gemaakt. Vanwege het soort begroeiing zijn deze nieuwe natuurgebieden ideaal voor dieren en planten die houden van een droge en zonnige omgeving. Helaas blijven open vlaktes in het hier heersende klimaat niet lang open. Ze groeien snel vol, uiteindelijk worden het zelfs bossen. Dat zou betekenen dat de mens steeds weer opnieuw zou moeten ingrijpen en geld en tijd zou moeten investeren om het landschap open te houden. Of toch niet? Het toeval wil dat er hoveniers zijn gevonden die deze opdracht vrijwillig op zich hebben genomen en bovendien buitengewoon ijverig uitvoeren: Schotse Hooglanders. Niet te veel natuurlijk, het is ook weer niet de bedoeling om het gebied al te intensief te beweiden, maar wel genoeg om de begroeiing in toom te houden. Dit soort werk deden runderen trouwens al eeuwen. Tegenwoordig hebben we deze manier van onderhoud opnieuw ontdekt en profiteren van deze vrijwilligers. Ze nemen trouwens ook nog eens de rol van boswachter op zich, want wie zou er – oog in oog met de indrukwekkende Schotse Hooglanders – op het idee komen te gaan kamperen, een kampvuurtje te stoken of even lekker te gaan motorcrossen?

Terug

De toekomst van oude kiezel- en zandgroeves

Schotse vrijwilligers

Grind en zand zijn het goud van de Nederrijn. Het zijn cadeaus van de gletsjers die de begeerde grondstoffen al in de ijstijd hier naar toe brachten. Ook de rivieren Rijn en Maas waren gulle gevers, zij vervoeren al duizenden jaren zand en kiezelstenen naar het gebied. Zowel zand als grind werden en worden hier op grote schaal gewonnen. Dat heeft duidelijke sporen nagelaten in het landschap. In de toekomst zouden die sporen echter positief uit kunnen werken. Aan de winningsvergunningen zijn tegenwoordig namelijk voorwaarden gekoppeld. Als het zand en de stenen eenmaal zijn gewonnen, moet het achtergebleven gebied een bestemming krijgen met meerwaarde voor mens en natuur. Uit de oude groeves, die ooit zijn ontstaan op ecologisch weinig divers gebied, kunnen in de toekomst bijzonder ecologische structuren ontstaan. Idealiter wordt ingezet op natuurgebieden die nu te weinig voorhanden zijn. Dat biedt zeldzame planten en dieren de ruimte om te groeien en te bloeien en mensen een aantrekkelijk, divers landschap. Van meerdere voormalige groeves is inmiddels al één uitgestrekte biotoop gemaakt. Vanwege het soort begroeiing zijn deze nieuwe natuurgebieden ideaal voor dieren en planten die houden van een droge en zonnige omgeving. Helaas blijven open vlaktes in het hier heersende klimaat niet lang open. Ze groeien snel vol, uiteindelijk worden het zelfs bossen. Dat zou betekenen dat de mens steeds weer opnieuw zou moeten ingrijpen en geld en tijd zou moeten investeren om het landschap open te houden. Of toch niet? Het toeval wil dat er hoveniers zijn gevonden die deze opdracht vrijwillig op zich hebben genomen en bovendien buitengewoon ijverig uitvoeren: Schotse Hooglanders. Niet te veel natuurlijk, het is ook weer niet de bedoeling om het gebied al te intensief te beweiden, maar wel genoeg om de begroeiing in toom te houden. Dit soort werk deden runderen trouwens al eeuwen. Tegenwoordig hebben we deze manier van onderhoud opnieuw ontdekt en profiteren van deze vrijwilligers. Ze nemen trouwens ook nog eens de rol van boswachter op zich, want wie zou er – oog in oog met de indrukwekkende Schotse Hooglanders – op het idee komen te gaan kamperen, een kampvuurtje te stoken of even lekker te gaan motorcrossen?

Naar het overzicht Naar het overzicht