De lange traditie

Gerichtslinde Götterswickerhamm, Foto: Johanna Siewers

Gerechts-, volks- of raadsvergaderingen werden in de Middeleeuwen in open lucht en op bijzonder uitgesproken locaties gehouden, meestal onder een of andere markante boom die vervolgens eeuwenlang met de functie van gerechtsplaats verbonden zou blijven. Deze locaties worden ook wel dingplaatsen genoemd, naar het Germaanse begrip ‘Thing’ voor een gerechtsvergadering. Niet alle dingplaatsen stammen echter uit de Germaanse tijd. Sinds de periode van het late Frankische Rijk werden gerechtsplaatsen bij voorkeur in combinatie met kerken genoemd.

Zo is het ook in Götterswickerhamm, een van de oudste deelgemeenten van de stad Voerde, dat reeds in 1003 voor het eerst officieel werd vermeld (toen nog als Goterswich/Goterswick).

Hier werden gedurende verschillende eeuwen bijeenkomsten gehouden van de lekenrechtbank, die toen bevoegd was voor de buurtschappen Götterswickerhamm, Mehrum, Löhnen, Voerde en Möllen. Een akte van de Stichting Rees uit het jaar 1327 vermelde als locatie van de zitting ‘bij de kerk van Götterswick op de Königstraße’ en bevestigt zo de historische gerechtsplaats als ‘aloude dingplaats’. De Pruisische regering hief deze verzamelplaats in 1753 op en verving haar door de Arrondissementsrechtbank van Dinslaken.

De linde, een winterlinde van ongeveer 18 m hoog, is zelf lang niet zo oud als de gerechtsplaats, maar kan ons wel heel wat vertellen. Rond 1800 moet het een jonge boom geweest zijn. Intussen vertoont hij aan één kant een lange scheur en is hij vanbinnen bijna hol. Door de aanhoudende afbrokkeling van het binnenste hout door zwammen en houtinsecten heeft men voor de stabilisatie van de boom horizontale metalen staven in de boomstam geplaatst. Bomen die zo een markante plaats innemen als de gerechtslinde probeert men immers nog even te behouden. Tegenwoordig wijst een driehoekig wit-groen bordje erop dat deze boom een erkend natuurmonument vormt.

Weergeven in kaart