Een klein maar zeer luidruchtig dier – de veldkrekel

Als de zon straalt, er een zacht briesje waait en u dapper met de fiets tussen de velden rijdt, mag één ding zeker niet ontbreken: het onvermoeibare tsjirpen van de sprinkhaan. Met zijn zeer bijzondere en herkenbare gezang, namelijk het karakteristieke ‘kri kri kri’, laat de veldkrekel (Gryllus campestris) op iedereen een indruk na. De luide tonen ontstaan wanneer het mannetje zijn vleugels snel over mekaar wrijft. Daartoe beschikt hij over speciale structuren op zijn vleugels, fijne groeven of tandjes, die deze bijzondere zang mogelijk maken. De mannetjes communiceren zo bijvoorbeeld ook met hun partners. Wist u dat onder de insecten buiten de sprinkhaan enkel krekels zulke luide individuele geluiden kunnen uitstoten? Afgaande op zijn onmiskenbare gezang lijkt de veldkrekel makkelijk te lokaliseren, maar niets is minder waar – deze kwikke en schichtige diertjes krijgt men slechts zelden te zien. Qua uiterlijk zijn ze wel zeer makkelijk te herkennen: ze zijn ongeveer twee centimeter groot en glanzend diepzwart met een grote ronde kop.

Bijzonder kenmerkend is ook de levenswijze van de veldkrekels. Zij overwinteren in pijpen, die zij tot wel 40 centimeter diep in de grond ingraven. Daar leggen ze hun eitjes en ze gebruiken de woonpijpen ook als schuilplaats bij dreigend gevaar. De woonpijpen worden meestal in droge en magere weiden en velden op zonnig locaties aangelegd, want veldkrekels hebben het graag warm. Jammer genoeg worden zulke plaatsen in ons intensief gebruikte landschap steeds schaarser.  Droge wegbermen en bosjes kunnen dit verlies zeker niet goedmaken, maar vormen wel een belangrijk toevluchtsoord. Daarom zijn zulke ogenschijnlijk kleine en vaak vergeten biotopen bijzonder waardevol. Misschien hoort u op een luie zomerdag wel eens het energieke ‘kri kri kri’ langs de kant van de weg… In de wegberm is er immers heel wat aan de gang!

Weergeven in kaart

Quellen: Beckmann, A., Fartmann, T., Fischer, J., Poniatowski, D., Steinlechner, D., Stettmer, C., Zehm, A. (2016): Die Heuschrecken Deutschlands und Nordtirols. Herausgeber Bayerische Akademie für Naturschutz und Landschaftspflege (ANL). – Quelle & Meyer Verlag Wiebelsheim, 367 S.

ZHAW Züricher Hochschule für angewandte Wissenschaften, Orthoptera.ch, Andreas Garzotto GmbH (2015): Orthoptera – App zum Bestimmen und Erfassen. Version 1.1, Winterthur, Switzerland.