Een klein stukje wildernis – Natuurwoudcellen

Totholz liegend mit Pilzen bewachsen, Foto: J. Amshoff

Ongerept woud, oerwoud dus, is er in Duitsland niet meer. De mens heeft zich het woud ten nutte gemaakt en eeuwenlang steeds meer woud gerooid of op zijn minst vernield. Begin 19de eeuw waren van de oorspronkelijke wouden nog maar enkele stukjes overgebleven en langzamerhand ontstond er een mentaliteitsverandering. De idee van duurzaamheid deed haar intrede – vooreerst met betrekking tot de bevoorrading van de mens met hout. Maar de toenmalige productiebossen hadden enkele zwakke punten; zo waren zij bijvoorbeeld niet bestand tegen zwaar onweer. Er was dus nood aan verbetering. En waar kon men een beter voorbeeld vinden dan in de natuur zelf? Zo ontstond in 1930 de idee om de nog overgebleven stukken min of meer natuurlijk woud volledig van exploitatie te ontzien, en er dus terug ‘natuurwoud’ van te maken. Deze zogenaamde ‘natuurwoudcellen’ dienen het onderzoek en anderzijds de bescherming en de ontwikkeling van waardevolle en zo natuurlijk mogelijke bosoppervlakken. Hier in het beschermde natuurgebied Geldenberg, waar het NABU-natuurbeschermingspunt Nederrijn enkele jaren lang de regionale bosdienst voor natuurbescherming had ondergebracht, werden in 1971 twee zulke natuurwoudcellen opgericht. Hier treft men een stuk wildernis aan, bestaande uit beuken en eiken. Het is (nog) niet helemaal een oorspronkelijk oerwoud, maar toch al een klein paradijs. Hier kan het woud zich immers zonder rechtstreekse invloed van de mens ontwikkelen. En het resultaat mag gezien worden: ontelbare soorten vertoeven in deze ongestoorde oppervlakken, waaronder zelfs enkele zeldzame soorten.

Terwijl dood hout in een geëxploiteerd bos meestal slechts in kleinen getale aanwezig is of zelfs amper blijft liggen, betekent de dood van een boom hier het startschot voor een explosie van nieuw leven. Zwammen en lichenen, mossen en insecten bevolken het dode hout binnen de kortste tijd. Ook zoogdieren zoals muizen, dassen, vossen, egels en everzwijnen doen zich tegoed aan het hout en de levende wezens erin of ze trekken zelf in de restanten van de boom in. En er is meer: daar waar de boom een gat in het anders zo dichte bladerdak heeft gemaakt, raken de zonnestralen tot op de bodem, waardoor de bodem van het bos resoluut met een groen tapijt van jonge scheuten wordt bedekt.

De enige reden waarom de mens deze natuurwoudcellen betreedt, is onderzoek. Zij leveren immers belangrijke inzichten voor het natuurgetrouwe gebruik van productiebossen. Bezoekers moeten op de paden blijven en het verzamelen van zwammen of andere woudvruchten is verboden. Hier heeft de ongestoorde ontwikkeling van het woud voorrang. En wie weet… Misschien zijn de natuurwoudcellen van vandaag wel de kiemcellen van de oerwouden van morgen.

Weergeven in kaart

Quellen: www.natur-erleben-nrw.de: Onlineportal Natur erleben NRW des NABU NRW. Informationen zum Naturschutzgebiet Geldenberg. www.natur-erleben-nrw.de/uploads/tx_nabunatura/Flyer_Geldenberg_kleinst.pdf (Zugriff am 18.11.2016).

 www.wald-und-holz.nrw.de: Landesbetrieb Wald und Holz Nordrhein-Westfalen. Naturwaldzellen Nordrhein-Westfalen. www.wald-und-holz.nrw.de/wald-in-nrw/naturwaldzellen/ (Zugriff am 18.11.2016)