Een molen wordt een kerk

De oude molen in Rheinberg-Budberg heeft een even afwisselende als ongewone geschiedenis. Hij werd in het jaar 1833 op de Budberger Heide opgericht als torenmolen voor het malen van graan, maar in 1911 brandde de molen af. Vervolgens kocht de Raiffeisenbank de molen, die hem nog enkele jaren met een elektrische aandrijving bleef uitbaten. Vervolgens raakte de molen door de jaren heen in verval, totdat in het jaar 1932 de nationaalsocialistische Sturmabteilung er zijn intrek nam. Na de Tweede Wereldoorlog groeide het aantal inwoners van Budberg sterk aan door de toestroom van vluchtelingen, waardoor vanaf het jaar 1951 onder andere de nederzetting ‘Spanische Schanzen’ ontstond. Er moest dus een nieuwe katholieke kerk komen, en daarom werd in 1947 een kapelbouwvereniging opgericht. De vereniging kocht de molen van de Raiffeisenbank en bouwde hem in 1948-1949 om tot een kerk. Op 8 mei 1949, dag op dag vier jaar na de Duitse capitulatie, werd de kerk door de van onderbisschop van Münster gewijd. Naar aanleiding van deze wijding werd zelfs een speciaal gedicht geschreven:

Wo einst eine Mühle stand, die ragte weit hinaus ins Land, steht jetzt ein Kirchlein schlicht und fein, von Moos bekränzt ihr alt Gestein’ oftewel ‘Waar ooit een molen stond, die hoog boven het land uit troonde, staat nu een kerkje klein maar fijn, haar oude stenen met mos bekroond’.

Bergschade leidde in 1985 tot grote herstellingswerken, waarbij een miljoen Duitse Mark voor de renovatie moest worden opgehoest. En zo gingen er bijna 400 jaar overheen vooraleer Budberg weer een katholieke kerk kreeg. De eens aan Sint-Lambertus en Sint- Gertrudis gewijde kerk kwam tijdens de Reformatie in het jaar 1568 in handen van de gereformeerde landsheren en Graven van Moers.

Weergeven in kaart