Bedevaartkapel Sint-Gerebernus

Kapel Sint-Gerebernus

De bedevaartkapel, die op haar spitse toren het wapenschild van het dorp draagt, is een plaats waar diepgeworteld volksgeloof en heiligenverering de tand des tijds doorstaan hebben. Hoeveel mensen zijn hier niet smekend om een gezond leven onder het altaar doorgekropen?

De Sint-Gerebernuskapel ontstond rond het jaar 900 na Christus op de plaats waar eigenlijk de oorsprong van het ‘oude Sonsbeck’ ligt. De overlevering wil dat een door ossen getrokken kar, waarop de inwoners van Xanten de relikwieën van de heilige Gerebernus naar de lokale parochiekerk wilden brengen, aan de voet van de heuvel tussen Sonsbeck en Xanten plotseling bleef stilstaan, en er zelfs met geweld niet meer toe aangezet kon worden om door te gaan. De inwoners zagen dus geen andere keuze dan voor de heilige hier een godshuis op te richten.

De kapel vormde een deel van een snel aangroeiende nederzetting die uitgebouwd werd door de graven van Kleef. Rond 1193 werd op haar plaats een grotere kerk opgericht, die in het jaar 1203 de parochiekerk Sint-Katharina werd. Het volk bleef op deze plaats echter Sint-Gerebernus en de heilige Dymphna vereren. Toen Sint-Katharina in 1431 haar belang als parochiekerk weer verloor, was de bedevaartsmolen niet meer te stoppen. De nu opnieuw aan de heiligen Gerebernus en Dymphna gewijde kapel werd in 1478 nogmaals vergroot, en de toren kreeg in plaats van de vroegere Romaanse toren zijn gotische spitstoren. In 1605 werd de kapel nogmaals gerestaureerd, en tijdens de Tweede Wereldoorlog bleef zij grotendeels gespaard van vernielingen.

En zo treffen we hier vandaag nog steeds iets heel bijzonders aan: de origineel bewaard gebleven onderbouw van een zogenaamd krijgsaltaar, waarvan er in Duitsland nog maar twee zijn.

In de basis van het altaar bevindt zich een doorgang van 98 centimeter hoogte en 78 centimeter breedte. Hier kropen de pelgrims door om door deze moeizame actie in nederige houding genezing van lichamelijke gebreken te verkrijgen. De tippen van de klompen van de op knieën kruipende bedevaarders zouden hier in de stenen bodem ingedrongen zijn.

Weergeven in kaart