Rijnvoorland tussen Mehrum en Emmelsum, de laagvlakte van Momm

Het Rijnvoorland is doorspekt met rivierbeemden en baggermeren – het eerste baggermeer vertrekt onmiddellijk ten zuiden van hier en het begin ervan is zichtbaar. Achteraf met de Rijn verbonden, biedt het als kunstmatige inham levensruimte aan vele planten en dieren.

Vooral watervogels zijn hier in alle seizoenen te zien. In de zomer bepalen futen, zwanen, ganzen en eenden en langs de oever zittende reigers het decor, maar in de winter worden weiden en waterlopen opgezocht door soms wel duizenden poolganzen die hier komen drinken en uitrusten. Hun spectaculaire landingsvluchten kunnen rond de middag gadegeslagen worden – bij voorkeur van niet recht onder hen, want deze vogels hebben een zeer actief spijsverteringsstelsel.

Stiller en beter verborgen is de achter de dijk gelegen laagvlakte van de Momm. De Mommbach, de beek die haar naam aan dit gebied gaf, volgt in een ca. 8 km lange bocht een oude zijarm van de Rijn. Hier volgt de ene door hagen omheinde weide de andere op, en overal staan er knotbomen, vooral wilgen en essen. Voor enkele diersoorten van ons cultuurlandschap is deze groene laagte daarmee een waar eldorado, vooral dan voor de steenuil.

Rechts en links van de dijk trekt het landschap de aandacht, maar ook onder de aarde is er een en ander aan de hand. Onder onze voeten loopt een onderaardse rivier: de van het Oosten komende Mommbach verdwijnt hier voor een paar meter in het aardrijk, vooraleer hij buiten de dijk weer zijn vrije gang gaat.

Daartussen ligt echter niet gewoonweg een pijp, want dan zou het niet meer dan een gat in een dijk zijn! In plaats daarvan moest het iets in de aard van een ventiel zijn: iets dat water enkel in één richting doorlaat. Daarom steekt hier in de dijk een overloopbouwwerk. Zo kan de Mommbach wel naar buiten, maar komt het hoogwater er niet in.

Weergeven in kaart