Blick in die Niederung der Hohen Ley

Het typische Nederrijnse landschap

Aan het beeld van het typische Nederrijnse landschap met koeien, knotwilgen en veel groen hebben in het bijzonder de zogenaamde ‘Leyen’ hun steentje bijgedragen.

Indien men vanuit de lucht naar het linkse gedeelte van de Nederrijn kijkt, zoals hier bij Xanten, springen meteen heel wat grote bogen in het oog, die begeleid worden door weideland, ooibossen en struiken.

De bogen gaan in mekaar over en zijn met mekaar verweven. Deze bogen zijn vroegere armen van de Rijn. Vóór de eerste dijkbouwwerken van de mens in de Middeleeuwen had de rivier talrijke zijarmen en verlegde hij zijn hoofdbedding na hoogwater soms naar een andere arm.

Armen waar geen water meer doorstroomde, raakten stilaan verzand of kregen een nieuw aangezicht. De kleine beken die de grote stroom voedden en er vanuit de laagvlaktes naartoe stroomden, volgden de grote bochten van de voormalige riviermeanders.

Deze beken heten in het Nederrijnse taalgebruik ‘Leyen’, en een deel van deze Leyen werd met het oog op een beter gebruik in de landbouw van de omgeving verdiept en tot grachten uitgegraven. Leyen waren dus ook leidraden voor de ‘kolonisatie van het braakland’ van de late Middeleeuwen, die tot doel had het natte weideland droog te zetten en om te zetten in winstgevender weide- of akkerland.

Deze intensivering van de vestigingen en de landbouwactiviteit vond echter niet overal in dezelfde mate plaats. Zo konden ongunstige afvoeromstandigheden, politieke betrekkingen of een ligging ver van andere nederzettingen ertoe leiden dat de beken op vele plaatsen lang onaangetast bleven en men er enkel in de droge maanden vee kon laten grazen of gras kon maaien.

Het ooilandschap naast deze beken is vaak veel breder dan het kleine beekje laat vermoeden. Tegenwoordig zijn de rietlanden en de hoogstambossen langs de beken zeldzame biotopen geworden, die men hier echter nog wel kan aantreffen. Ook de graasweiden vallen steeds meer ten prooi aan de rationalisering en de omschakeling naar stalhouding, en de weide-economie op kleine, lang vochtig staande percelen brengt voor vele landbouwers niets meer op.

Tot slot zou het landschap van de Leyen ons ook als deel van de Nederrijnse identiteit iets waard moeten zijn.

Weergeven in kaart