Geelkleurige vlekken in het zachte groen – Het beschermde natuurgebied Kermisdahl

Graben in der Feuchtwiese, Foto: J. Amshoff
Sumpfdotterblume, Foto: Steins

Zo ver als het oog reikt, is er enkel groen – zo ziet het er in het beschermde natuurgebied Kermisdahl uit. Maar wat zijn dat voor gele spikkels in de natte weide? Het gaat om de dotterbloem (Caltha palustris). Deze 15 tot 60 cm hoge plant heeft het graag vochtig en voedingrijk. De soortnaam ‘palustris’ komt van het Latijnse woord ‘palus’, wat zoveel betekent als zomp. Daarom voelt deze bloem zich zo goed in dit kleine beschermde natuurgebied tussen de Kermisdahl en de Wetering, twee oude zijarmen van de Rijn. Op deze bijna 4 hectaren grote oppervlakte zijn rietlanden en gestructureerde vochtige en natte weiden zeer karakteristiek. Het met grachten doorspekte gebied wordt extensief gebruikt en herbergt naast de dotterbloem ook een heleboel kruiden.
Van maart tot juni bloeit de dotterbloem in al haar pracht. Men mag de plant zeker niet consumeren, want hij is licht giftig. Vroeger werden de knoppen in azijn en olie ingelegd en als vervangmiddel voor kappertjes gebruikt. De consumptie kon tot lichte vergiftigingsverschijnselen leiden. 
Tegenwoordig treft men de dotterbloem heel vaak gewoon niet meer aan. Op vele ontwaterde weiden en graslanden is het gewoonweg te droog geworden voor de dotterbloem. Kleinere kuilen en natte kommen worden vaak geëgaliseerd of drooggelegd om de terreinen makkelijker te kunnen bewerken. Daardoor gaat de levensruimte van de dotterbloem steeds meer verloren. Deze ontwikkeling is echter al geruime tijd bekend: reeds in 1999 werd de dotterbloem in Duitsland uitgeroepen tot ‘Bloem van het Jaar’. Toen reeds wou men de aandacht vestigen op de achteruitgang van deze soort. In het beschermde natuurgebied Kermisdahl is deze stralende verschijning gelukkig elk voorjaar weer te zien. 

Weergeven in kaart