Wie heeft er zin in een wijnproeverij ? Een exclusief glaasje uit het Nederrijn-gebied? De beroemde Riesling uit Rheinberg misschien? Of anders een „Büdericher Spätlese“? Vindt u dat raar klinken? Dat klopt inderdaad wel, want de Nederrijn staat niet bekend als wijngebied. Nog niet, in elk geval. Want de klimaatverandering kan er al in een paar decennia voor zorgen dat hier aan de ideale voorwaarden voor wijnbouw wordt voldaan. Maar ook nu al worden door heel Duitsland, zelfs op het eiland Sylt –  het meest noordelijke puntje van Duitsland – wijn aangebouwd door hobbyisten en professionele wijnboeren. En we weten dat ook in het verleden wijn werd verbouwd aan de Nederrijn. Dat ging natuurlijk niet om exquise druivensoorten – dat was in het Nederrijnse klimaat nooit mogelijk. De meeste jaren leverden een nogal zuur resultaat op, dat alleen gezoet met honing nog een beetje te drinken was. De wijn van het Klooster Kamp had bijvoorbeeld een bijzonder slecht imago in de streek. De spreuk:  „Kamper wijn, zorgt voor pijn“, deed niet voor niets de rondte. Maar toch, al sinds de Romeinen de wijn naar dit gedeelte van Europa brachten, werd steeds opnieuw geprobeerd geschikte druiven aan te bouwen en wijn te persen. Omdat er in de middeleeuwen, tussen de negende en de veertiende eeuw, een relatief gematigd klimaat heerste, ging dat overigens ook een hele periode redelijk goed. Nog maar 250 jaar geleden was wijnbouw heel normaal in Keulen of Neuss, en die steden liggen echt niet veel zuidelijker. In de omgeving van Wesel vinden we tot de Vroegmoderne Tijd wijnbouwgebieden terug, onder andere in Büderich, Rheinberg, Moers en Xanten. Wijn was immers niet alleen in de kerk als miswijn onmisbaar, dankzij de alcohol bevatte het ook minder bacteriën dan bijvoorbeeld water. In de middeleeuwen was wijn bovendien een van de belangrijkste handelsgoederen. Dus de gemiddelde middeleeuwer was blij als hij de wijn voor eigen gebruik zelf aan kon bouwen. Ook al was het dan wat zuur.

Terug

Wijnbouw

Wijn aan de Rijn?

Wie heeft er zin in een wijnproeverij ? Een exclusief glaasje uit het Nederrijn-gebied? De beroemde Riesling uit Rheinberg misschien? Of anders een „Büdericher Spätlese“? Vindt u dat raar klinken? Dat klopt inderdaad wel, want de Nederrijn staat niet bekend als wijngebied. Nog niet, in elk geval. Want de klimaatverandering kan er al in een paar decennia voor zorgen dat hier aan de ideale voorwaarden voor wijnbouw wordt voldaan. Maar ook nu al worden door heel Duitsland, zelfs op het eiland Sylt –  het meest noordelijke puntje van Duitsland – wijn aangebouwd door hobbyisten en professionele wijnboeren. En we weten dat ook in het verleden wijn werd verbouwd aan de Nederrijn. Dat ging natuurlijk niet om exquise druivensoorten – dat was in het Nederrijnse klimaat nooit mogelijk. De meeste jaren leverden een nogal zuur resultaat op, dat alleen gezoet met honing nog een beetje te drinken was. De wijn van het Klooster Kamp had bijvoorbeeld een bijzonder slecht imago in de streek. De spreuk:  „Kamper wijn, zorgt voor pijn“, deed niet voor niets de rondte. Maar toch, al sinds de Romeinen de wijn naar dit gedeelte van Europa brachten, werd steeds opnieuw geprobeerd geschikte druiven aan te bouwen en wijn te persen. Omdat er in de middeleeuwen, tussen de negende en de veertiende eeuw, een relatief gematigd klimaat heerste, ging dat overigens ook een hele periode redelijk goed. Nog maar 250 jaar geleden was wijnbouw heel normaal in Keulen of Neuss, en die steden liggen echt niet veel zuidelijker. In de omgeving van Wesel vinden we tot de Vroegmoderne Tijd wijnbouwgebieden terug, onder andere in Büderich, Rheinberg, Moers en Xanten. Wijn was immers niet alleen in de kerk als miswijn onmisbaar, dankzij de alcohol bevatte het ook minder bacteriën dan bijvoorbeeld water. In de middeleeuwen was wijn bovendien een van de belangrijkste handelsgoederen. Dus de gemiddelde middeleeuwer was blij als hij de wijn voor eigen gebruik zelf aan kon bouwen. Ook al was het dan wat zuur.

Naar het overzicht Volgende pagina Naar het overzicht