Eigenlijk had de natuur het allemaal geweldig geregeld. Er waren grote rivieren, bijvoorbeeld de Rijn, die zo stroomden waar ze maar wilden. En alle dieren en planten pasten hun leven aan het ritme van de rivier aan. Op plekken die regelmatig overstroomden, groeiden bomen en struiken die goed met veel water om konden gaan. Ze vormden ooibossen en boden veel dieren een ideale woonplaats. Op bijzonder vochtige gebieden groeiden vooral zilverwilgen en populieren – de zogenoemde zachthoutooibossen. Op gronden die wat hoger lagen, en minder vaak overstroomden, groeiden hardhoutooibossen. Zomereiken, olmen en essen konden hier optimaal gedijen en lieten met hun hoge boomkronen genoeg licht over voor de andere bomen en struiken. Daarom behoren hardhoutooibossen ook tot de meest veelsoortige bossoorten van Europa. Helaas behoren ze tegenwoordig ook tot de zeldzaamste bossoorten. Ze groeien namelijk op vruchtbare grond. De Romeinen begonnen al met het rooien van ooibossen om weidegrond te winnen – en veel hout binnen te halen! Nadat deze omgeving later werd ingepolderd, konden op de plekken waar ooit hardhoutooibossen stonden, zelfs zeer vruchtbare akkers worden aangelegd. Deze ontwikkeling leidde hier langs de Nederrijn tot het volledige verdwijnen van de hardhoutooibossen. In de jaren negentig van de vorige eeuw kwam een tegenbeweging op gang. Met als resultaat het kleine ooibos waar we nu voor staan. Het was een echt experiment en niemand wist of het zou lukken, maar inmiddels groeit het ooibos vastberaden door. De vele bewoners, libellen, vlinders, kevers, vogels, kikkers en vleermuizen, zullen er in elk geval dankbaar voor zijn.

Terug

Hardhoutooibossen

een bijna verloren wildernis

Eigenlijk had de natuur het allemaal geweldig geregeld. Er waren grote rivieren, bijvoorbeeld de Rijn, die zo stroomden waar ze maar wilden. En alle dieren en planten pasten hun leven aan het ritme van de rivier aan. Op plekken die regelmatig overstroomden, groeiden bomen en struiken die goed met veel water om konden gaan. Ze vormden ooibossen en boden veel dieren een ideale woonplaats. Op bijzonder vochtige gebieden groeiden vooral zilverwilgen en populieren – de zogenoemde zachthoutooibossen. Op gronden die wat hoger lagen, en minder vaak overstroomden, groeiden hardhoutooibossen. Zomereiken, olmen en essen konden hier optimaal gedijen en lieten met hun hoge boomkronen genoeg licht over voor de andere bomen en struiken. Daarom behoren hardhoutooibossen ook tot de meest veelsoortige bossoorten van Europa. Helaas behoren ze tegenwoordig ook tot de zeldzaamste bossoorten. Ze groeien namelijk op vruchtbare grond. De Romeinen begonnen al met het rooien van ooibossen om weidegrond te winnen – en veel hout binnen te halen! Nadat deze omgeving later werd ingepolderd, konden op de plekken waar ooit hardhoutooibossen stonden, zelfs zeer vruchtbare akkers worden aangelegd. Deze ontwikkeling leidde hier langs de Nederrijn tot het volledige verdwijnen van de hardhoutooibossen. In de jaren negentig van de vorige eeuw kwam een tegenbeweging op gang. Met als resultaat het kleine ooibos waar we nu voor staan. Het was een echt experiment en niemand wist of het zou lukken, maar inmiddels groeit het ooibos vastberaden door. De vele bewoners, libellen, vlinders, kevers, vogels, kikkers en vleermuizen, zullen er in elk geval dankbaar voor zijn.

Naar het overzicht Volgende pagina Naar het overzicht