Bij het horen van het woord duinen denkt u vast aan de zee, het strand en misschien ook nog wel aan een woestijn. Dus waarom hebben we het hier, bij Mehrhoog, dan over duinen? Is dat een misplaatste grap? Nee hoor, geologen weten het zeker: bij Mehrhoog en Diersfordt zijn hele duinruggen te vinden. Zeker, de duinen zien er anders uit dan hun neven en nichten aan de Noordzee of in de Sahara. Ze zitten namelijk verstopt onder dichtbegroeide pijnboombossen en, zoals de natuurbescherming het graag ziet, steeds vaker ook onder eikenbossen. Het steil oplopende bos achter de weg is de rand van het duinlandschap. Voor geologen is het trouwens nog maar een heel jong landschap, al ziet het er dan nog zo oud en volgroeid uit. Het ontstond na de laatste ijstijd, ongeveer 12.000 jaar geleden. Een wijdlopig waternetwerk – waaruit in de loop der tijd de Rijn en haar verschillende zijarmen ontstonden – had van de achtergebleven massa's leem, klei en zand een brede vlakte gemaakt. Het Nederterras, u ziet het liggen. De wind blies het fijne zand van het terras alle kanten op, totdat het zich tegen de randen ophoopte tot wel 6 meter hoge heuvels. En daarmee tot duinen, want vanaf 2 meter hoogte mogen we zandheuvels duinen noemen.

Zandgronden zoals deze bij Mehrhoog waren lange tijd ongeschikt voor landbouw. Het grondwater zat te diep en de zandgrond was niet vast genoeg. De resten van dit duinlandschap zijn gedeeltelijk beschermd natuurgebied, bijvoorbeeld het Naturschutzgebiet Risswald. Straatnamen als Sandstraße, Aueweg en Grabenstraße verwijzen ook nog naar de ligging tussen en laagvlakte. Uit de straatnaam Leege Heide kunnen we nog afleiden dat vroeger een groot deel van het zandgebied heide was en lager gelegen was dan het Risswald. De kleine hoogteverschillen speelden vroeger een belangrijke rol in het leven van de mensen. Laten we dus geen grappen maken over de duinen in het Nederrijn-gebied.

Terug

Duinen uit de ijstijd

Bij het horen van het woord duinen denkt u vast aan de zee, het strand en misschien ook nog wel aan een woestijn. Dus waarom hebben we het hier, bij Mehrhoog, dan over duinen?

Is dat een misplaatste grap? Nee hoor, geologen weten het zeker: bij Mehrhoog en Diersfordt zijn hele duinruggen te vinden. Zeker, de duinen zien er anders uit dan hun neven en nichten aan de Noordzee of in de Sahara. Ze zitten namelijk verstopt onder dichtbegroeide pijnboombossen en, zoals de natuurbescherming het graag ziet, steeds vaker ook onder eikenbossen. Het steil oplopende bos achter de weg is de rand van het duinlandschap. Voor geologen is het trouwens nog maar een heel jong landschap, al ziet het er dan nog zo oud en volgroeid uit. Het ontstond na de laatste ijstijd, ongeveer 12.000 jaar geleden. Een wijdlopig waternetwerk – waaruit in de loop der tijd de Rijn en haar verschillende zijarmen ontstonden – had van de achtergebleven massa's leem, klei en zand een brede vlakte gemaakt. Het Nederterras, u ziet het liggen. De wind blies het fijne zand van het terras alle kanten op, totdat het zich tegen de randen ophoopte tot wel 6 meter hoge heuvels. En daarmee tot duinen, want vanaf 2 meter hoogte mogen we zandheuvels duinen noemen.

Zandgronden zoals deze bij Mehrhoog waren lange tijd ongeschikt voor landbouw. Het grondwater zat te diep en de zandgrond was niet vast genoeg. De resten van dit duinlandschap zijn gedeeltelijk beschermd natuurgebied, bijvoorbeeld het Naturschutzgebiet Risswald. Straatnamen als Sandstraße, Aueweg en Grabenstraße verwijzen ook nog naar de ligging tussen en laagvlakte. Uit de straatnaam Leege Heide kunnen we nog afleiden dat vroeger een groot deel van het zandgebied heide was en lager gelegen was dan het Risswald. De kleine hoogteverschillen speelden vroeger een belangrijke rol in het leven van de mensen. Laten we dus geen grappen maken over de duinen in het Nederrijn-gebied.

Naar het overzicht Volgende pagina Naar het overzicht