Hier ziet u „Blumme Fritz“, de laatste bezembinder van de Bönninghardt! Hij ging door weer en wind om zijn takkenbezems en de laatste roddels aan de man te brengen. Kunstenaar Erika Rutert heeft hier een monument voor hem – en daarmee voor alle bezembinders van de Bönninghardt - opgericht. Dit ambacht speelt immers een belangrijke rol in de geschiedenis van de streek.

Leven op de Bönninghardt was...zwaar. Heel zwaar. Het is eigenlijk al verbazingwekkend dat mensen zich hier überhaupt hebben gevestigd. Want de Bönninghardt maakt deel uit van de Nederrijnse Heuvelrug, die is ontstaan uit het zand en de stenen die 200.000 jaar geleden werden opgestuwd door een immense gletsjer. Het onvruchtbare, dorre landschap werd lang alleen als bosweide gebruikt, maar in de achttiende eeuw wilde de overheid toch een poging wagen om het gebied door mensen te laten bewonen. Het toeval wilde dat er net op dat moment, in 1740, een stroom vluchtelingen uit de Palts op weg was naar Amerika. Oorlogen voorkwamen dat ze de oversteek konden wagen en zo eindigden de grote dromen van de mensen uit de Palts op de kleine Bönninghardt. Compleet aan hun lot overgelaten in dit onherbergzame gebied, woonden ze in grotten en primitieve hutten. Hun geld verdienden ze als bezembinders en dagloners. De bezems maakten ze van het ruim aanwezige struikhei. Dat bleef bijna 200 jaar zo. Nog rond 1920 werd er hier slechts één beroep vaker uitgeoefend. Sindsdien is het leven op de Bönninghardt enorm veranderd. De industriële ontwikkeling van het Roergebied betekende aansluiting op het spoornetwerk. De bouw van een militaire luchthaven en de bebossing van heideland gaven de Bönninghardt in de loop van de twintigste eeuw een geheel nieuwe uitstraling. Maar niet alle bewoners profiteerden van deze ontwikkeling, of wilden hun tradities en gewoontes zo gemakkelijk opgeven. Fritz Kempkes ging bijvoorbeeld nog tot 1958 langs de deuren met zijn bezems. Aan de Bönninghardter Straße 149 kunt u overigens een nagebouwde plaggenhut bekijken. Dat is zeker een bezoekje waard, vooral ook om een beter beeld te krijgen van de moeilijke levensomstandigheden in vroeger tijden.

Terug

De bezembinders

De bezembinders van de Bönninghardt

Hier ziet u „Blumme Fritz“, de laatste bezembinder van de Bönninghardt! Hij ging door weer en wind om zijn takkenbezems en de laatste roddels aan de man te brengen. Kunstenaar Erika Rutert heeft hier een monument voor hem – en daarmee voor alle bezembinders van de Bönninghardt - opgericht. Dit ambacht speelt immers een belangrijke rol in de geschiedenis van de streek.

Leven op de Bönninghardt was...zwaar. Heel zwaar. Het is eigenlijk al verbazingwekkend dat mensen zich hier überhaupt hebben gevestigd. Want de Bönninghardt maakt deel uit van de Nederrijnse Heuvelrug, die is ontstaan uit het zand en de stenen die 200.000 jaar geleden werden opgestuwd door een immense gletsjer. Het onvruchtbare, dorre landschap werd lang alleen als bosweide gebruikt, maar in de achttiende eeuw wilde de overheid toch een poging wagen om het gebied door mensen te laten bewonen. Het toeval wilde dat er net op dat moment, in 1740, een stroom vluchtelingen uit de Palts op weg was naar Amerika. Oorlogen voorkwamen dat ze de oversteek konden wagen en zo eindigden de grote dromen van de mensen uit de Palts op de kleine Bönninghardt. Compleet aan hun lot overgelaten in dit onherbergzame gebied, woonden ze in grotten en primitieve hutten. Hun geld verdienden ze als bezembinders en dagloners. De bezems maakten ze van het ruim aanwezige struikhei. Dat bleef bijna 200 jaar zo. Nog rond 1920 werd er hier slechts één beroep vaker uitgeoefend. Sindsdien is het leven op de Bönninghardt enorm veranderd. De industriële ontwikkeling van het Roergebied betekende aansluiting op het spoornetwerk. De bouw van een militaire luchthaven en de bebossing van heideland gaven de Bönninghardt in de loop van de twintigste eeuw een geheel nieuwe uitstraling. Maar niet alle bewoners profiteerden van deze ontwikkeling, of wilden hun tradities en gewoontes zo gemakkelijk opgeven. Fritz Kempkes ging bijvoorbeeld nog tot 1958 langs de deuren met zijn bezems. Aan de Bönninghardter Straße 149 kunt u overigens een nagebouwde plaggenhut bekijken. Dat is zeker een bezoekje waard, vooral ook om een beter beeld te krijgen van de moeilijke levensomstandigheden in vroeger tijden.

Naar het overzicht Volgende pagina Naar het overzicht