We moeten ver terug gaan in de geschiedenis, wel 1000 jaar, om bij de eerste dijken langs de Rijn uit te komen. Gaan we nog verder terug in de tijd, waren er nog helemaal geen dijken nodig. Langs de rivier stonden alleen wat eenzame boerderijen en gehuchten. Die hadden genoeg aan een terp om de ergste overstromingen te doorstaan. Dat veranderde toen de bevolking groeide en er steeds meer mensen aan de oevers van de Rijn kwamen wonen. Omdat steeds grotere stukken land tegen het water beschermd moesten worden, werden dijken onmisbaar. Maar een dijk aanleggen, vraagt veel meer kennis en inspanning dan een eenvoudige landverhoging als een terp. Sterker nog, dijken perken de vrije loop van de rivier in en worden dus regelmatig blootgesteld aan het geweld van de rivier. Om een veilige, goed functionerende dijk te krijgen, moeten alle omwonenden intensief samenwerken. En juist dat zorgde van begin af aan voor moeilijkheden. Want wie heeft welk belang? Wie heeft welke verantwoordelijkheid? De aanleg van dijken is daarom een verhaal waarin bureaucratie, planning en controle centraal staan. De waterschappen zijn bijvoorbeeld niet voor niets het oudste democratische instituut van Nederland. Ook hier in de omgeving van de Nederrijn vormde de noodzaak tot samenwerking het voorzichtige begin van de regionale overheid en het gebruik om een vreedzame oplossing te vinden voor uitlopende belangen. Schriftelijke overeenkomsten werden dan ook steeds belangrijker. Na de overstroming van 1564/1565 ontstond een heftige ruzie over de dijkplicht van Menzelen. Het dorp Menzelen voelde zich niet verantwoordelijk voor het deel van de dijk bij Wallach- dat immers  in een andere provincie lag. Er moest een rechter aan te pas komen. In 1580 werden de percelen nieuw gemeten en de rechten en plichten opnieuw vastgelegd. De grenzen die toen werden vastgelegd, hebben – tenminste deels – tot op de dag van vandaag hun rechtsgeldigheid behouden. De dijken beschermen het land en de mensen moeten samen de dijken beschermen. Dat is in al die eeuwen niet veranderd. Ook de woorden die we met de waterbescherming verbinden niet. We kennen zowel in Nederland als in Duitsland nog steeds dezelfde benamingen voor dijkgraaf en dijkschouw. Hoewel er in de geschiedenis regelmatig onenigheid was over het onderhoud van de dijken, is het verhaal van de dijken langs de Rijn ook het verhaal van gemeenschapszin: de plaatselijke waterschappen kunnen rekenen op ondersteuning van vele vrijwilligers. Die doen dat niet alleen uit plichtsbesef, maar ook omdat dijk en water deel uit maken van de regionale identiteit. We zijn samen verantwoordelijk voor de bescherming tegen het water. Als wij het niet doen, wie dan wel?

Terug

Dijkplicht

Het verhaal van een extreme burenruzie!

We moeten ver terug gaan in de geschiedenis, wel 1000 jaar, om bij de eerste dijken langs de Rijn uit te komen. Gaan we nog verder terug in de tijd, waren er nog helemaal geen dijken nodig. Langs de rivier stonden alleen wat eenzame boerderijen en gehuchten. Die hadden genoeg aan een terp om de ergste overstromingen te doorstaan. Dat veranderde toen de bevolking groeide en er steeds meer mensen aan de oevers van de Rijn kwamen wonen. Omdat steeds grotere stukken land tegen het water beschermd moesten worden, werden dijken onmisbaar. Maar een dijk aanleggen, vraagt veel meer kennis en inspanning dan een eenvoudige landverhoging als een terp. Sterker nog, dijken perken de vrije loop van de rivier in en worden dus regelmatig blootgesteld aan het geweld van de rivier. Om een veilige, goed functionerende dijk te krijgen, moeten alle omwonenden intensief samenwerken. En juist dat zorgde van begin af aan voor moeilijkheden. Want wie heeft welk belang? Wie heeft welke verantwoordelijkheid? De aanleg van dijken is daarom een verhaal waarin bureaucratie, planning en controle centraal staan. De waterschappen zijn bijvoorbeeld niet voor niets het oudste democratische instituut van Nederland. Ook hier in de omgeving van de Nederrijn vormde de noodzaak tot samenwerking het voorzichtige begin van de regionale overheid en het gebruik om een vreedzame oplossing te vinden voor uitlopende belangen. Schriftelijke overeenkomsten werden dan ook steeds belangrijker. Na de overstroming van 1564/1565 ontstond een heftige ruzie over de dijkplicht van Menzelen. Het dorp Menzelen voelde zich niet verantwoordelijk voor het deel van de dijk bij Wallach- dat immers  in een andere provincie lag. Er moest een rechter aan te pas komen. In 1580 werden de percelen nieuw gemeten en de rechten en plichten opnieuw vastgelegd. De grenzen die toen werden vastgelegd, hebben – tenminste deels – tot op de dag van vandaag hun rechtsgeldigheid behouden. De dijken beschermen het land en de mensen moeten samen de dijken beschermen. Dat is in al die eeuwen niet veranderd. Ook de woorden die we met de waterbescherming verbinden niet. We kennen zowel in Nederland als in Duitsland nog steeds dezelfde benamingen voor dijkgraaf en dijkschouw. Hoewel er in de geschiedenis regelmatig onenigheid was over het onderhoud van de dijken, is het verhaal van de dijken langs de Rijn ook het verhaal van gemeenschapszin: de plaatselijke waterschappen kunnen rekenen op ondersteuning van vele vrijwilligers. Die doen dat niet alleen uit plichtsbesef, maar ook omdat dijk en water deel uit maken van de regionale identiteit. We zijn samen verantwoordelijk voor de bescherming tegen het water. Als wij het niet doen, wie dan wel?

Naar het overzicht Volgende pagina Naar het overzicht