Kastelen en burchten vormen een enorme verrijking van ons cultuurlandschap. Vaak gelegen op een landgoed zijn het niet alleen interessante bestemmingen voor een dagje uit, maar ze bieden ook een fascinerend inkijkje in de geschiedenis. Om burchten en kastelen zijn in de loop der tijd veel conflicten uitgevochten – tussen plaatselijke baronnen en hertogen, maar soms ook tussen kasteelheren en steden. En zoiets lijkt hier ook te zijn gebeurd. Het is onbekend wanneer het Haus Rodehorst precies is gebouwd. We vinden het in de archieven voor het eerst terug in 1386. En we weten bijna zeker dat de burgerwacht van Bocholt het landgoed 50 jaar later veroverde en met de aardbodem gelijk maakte. Volgens de legende woonde hier de zogenoemde “Arge Ritter Rowatasche“. Wat hij misdaan had om de mannen van de burgerwacht zo tegen zich in het harnas te jagen, weten we niet precies. In elk geval heeft hij zijn slechte imago nooit af kunnen schudden. Het kasteel dat daarna op het terrein van Rowatasche werd gebouwd, werd verwoest tijdens een oorlog aan het einde van de zestiende eeuw. Het huidige Haus Rodehorst werd ongeveer een eeuw later gebouwd, in de stijl van de Nederlandse barok.

Terug

Ridders en kunst

Meer informatie

Als de Rijn bij ongewoon hoogwater buiten zijn oevers treedt en het omliggende land overstroomt, krijgen we iets heel bijzonders te zien. Waar eerst groene velden waren, is nu alleen nog maar water. Daar steken alleen nog wat bomen, bossen en een enkele boerderij bovenuit. Die zijn namelijk ooit op kleine heuvels gebouwd. En dat is geen toeval. De zogenaamde terpen werden precies voor dit doel opgeworpen - als noodzakelijke aanpassing aan de onvoorspelbare stroming van de rivier.

 

Tot op de dag van vandaag vinden we meerdere terpen aan de Nederrijn, steeds daar waar boerderijen in de uiterwaarden tussen de Rijn en de dijk zijn gebouwd. Want hoewel de loop van de Rijn is verrecht en wordt gecontroleerd - en hoewel de dijken grote overstromingen van het achterland verhinderen – overstromen de uiterwaarden nog steeds met enige regelmaat. Als dat gebeurt, moeten de mensen die hier wonen alles – van melktransport tot schoolbezoek – met de boot doen.

 

Ook de huizen rond het Naturforum op het Bislicher-eiland waren oorspronkelijk op een terp gebouwd. Het gehele landschap is hier gevormd de steeds veranderende loop van de Rijn. In de Romeinse tijd was het Bislicher-eiland nog een echt eiland, met aan de noordzijde de Rijn en aan de zuidkant een zijarm van de rivier. Later verlegde de Rijn zijn hoofdstroom steeds meer in zuidelijke richting. Het was Frederik de Grote die de Rijn in de achttiende eeuw liet reguleren en ongeveer in zijn huidige vorm dwong. Het oude rivierbed verloor daarmee zijn permanente verbinding met de hoofdstroom.

 

Tot op de dag van vandaag is het Bislicher-eiland nog overstromingsgebied en dat is een geluk voor de planten en dieren. En voor ons mensen zijn de terpen dus veel meer dan een overblijfsel uit voorbije tijden, maar nog steeds noodzakelijk om droge voeten te houden.

Terug

De terpen

Meer informatie

Let op, u bevindt zich hier in het grensgebied! Dat valt misschien niet meteen op, maar eeuwenlang was de rivier de Issel (de Oude IJssel in het Nederlands) een grens. Een rivier is natuurlijk bij uitstek geschikt als grensmarkering: duidelijk zichtbaar en niet zomaar over te steken. De Issel stroomt via de IJssel, zelf een aftakking van de Rijn, tot aan het IJsselmeer en speelde daardoor altijd een belangrijke rol in de contacten tussen verschillende volkeren. Maar hier, in Noordrijn-Westfalen speelt de rivier in de geschiedenis voornamelijk een rol als grens. De Romeinen legden hier al versterkingen aan en ook voor het Frankische Rijk – de Christelijke wereldmacht van de vroege middeleeuwen – vormden de Rijn en de Issel de grens van hun invloedssfeer. Zelfs na Karel de Grote, toen het rijk werd opgedeeld, speelde de rivier een belangrijke rol. Het Hertogdom Kleef en het Aartsbisdom Münster voerden namelijk een lange strijd om het precieze grensverloop in dit gebied vast te stellen.

Sindsdien stroomde er al veel water door de Issel. De stad Hamminkeln in het Kreis Wesel omvat meerdere Nederrijnse en Westfaalse dorpen. En dat speelt ook tegenwoordig nog een rol in het leven van de mensen die hier wonen. In elk geval is de grens tussen Nederrijn en Münsterland nog steeds duidelijk te horen.

Dingden en Wertherbruch, twee dorpskernen binnen Hamminkeln, liggen slechts 5 kilometer van elkaar, maar wel op de linker- en de rechteroever van de rivier. En daarom spreken de inwoners van een en dezelfde stad een ander dialect. Het is wetenschappelijk bewezen. Als u in Dingden een bakkerij binnenloopt om een brood te kopen, hoort u Westfaals. In Wertherbruch wordt u in het Nederrijns dialect begroet. Een Dingdener Wittbrot (wittebrood) heet in Wertherbruch een Wegge of Stute. In het Westfaals is een beschuit Twieback, maar in Wertherbruch noemt men het Beschütt. Gelooft u het niet? Probeert u in Wertherbruch maar eens een krant te kopen, die heet daar Blatt. De inwoners van Dingden zouden u verwonderd aankijken, die noemen het een Zeitung.

Terug

De Issel als grens

Meer informatie

Iedereen kent de dreigende scenes wel uit Hitchcocks film The Birds, waar tientallen kraaien zich verzamelen om tot aanval over te gaan. Gelukkig vormen deze vogels in werkelijkheid geen bedreiging voor mensen. Maar, waar is waar: in bepaalde seizoenen verzamelen ze zich graag in grote groepen. Vervelend en bedreigend zijn ze ook dan niet, hooguit kan het onaangenaam zijn onder zo'n grote groep vogels door te lopen als ze zich in de boomtoppen hebben genesteld. Hier - aan de Weseler Ring -  bouwen grote groepen roeken hun nesten al sinds jaar en dag in koloniën. Hun zwarte veren en hun gedeeltelijk witte snavel onderscheidt ze van andere kraaiachtigen. Deze intelligente, groepsdieren communiceren actief met elkaar. In de lente laten ze bijzondere vluchtformaties zien en zijn ze ook te bewonderen terwijl ze in de boomtoppen spelen. Dan schommelen ze op de takken of laten ze takjes of besjes vallen om ze daarna weer op te vangen. Paartjes blijven hun hele leven bij elkaar en zorgen samen voor de kleintjes. Ze hebben een zeer divers dieet. Het liefste eten ze regenwormen, kevers en naaktslakken; af en toe ook muizen, vogeleieren of kadavers. En voor de vitaminen soms ook vruchten, noten en vers uitgezaaide zaden. Dat is ook de reden dat er nog steeds illegaal op ze wordt gejaagd, dat ze worden vergiftigd en dat hun nesten worden leeggehaald. En dat terwijl deze vogels zelf veel insecten en ongedierte eten. Ook hier in de omgeving zijn de roeken niet altijd even welkom. Omdat hun vogelpoep de straat vervuilt en ook omdat de vogels, die zo graag zingen, veel lawaai kunnen produceren. De roeken hebben trouwens wel goede redenen om het stadscentrum op te zoeken: hier vinden ze nog groene lanen met hoge, oude bomen. Ideaal om hun nesten in te bouwen. Bovendien wordt er hier niet op ze gejaagd. Het is dan ook geen wonder dat medewerkers van het district Wesel ieder jaar rond de 240 nesten tellen aan de Mittelallee. Wie hier een wandelingetje wil maken in de maanden tussen maart en juni, kan voor de zekerheid dus maar beter een paraplu meenemen. Ook als de zon schijnt.

Terug

Kraaien

Meer informatie

Wie heeft er zin in een wijnproeverij ? Een exclusief glaasje uit het Nederrijn-gebied? De beroemde Riesling uit Rheinberg misschien? Of anders een „Büdericher Spätlese“? Vindt u dat raar klinken? Dat klopt inderdaad wel, want de Nederrijn staat niet bekend als wijngebied. Nog niet, in elk geval. Want de klimaatverandering kan er al in een paar decennia voor zorgen dat hier aan de ideale voorwaarden voor wijnbouw wordt voldaan. Maar ook nu al worden door heel Duitsland, zelfs op het eiland Sylt –  het meest noordelijke puntje van Duitsland – wijn aangebouwd door hobbyisten en professionele wijnboeren. En we weten dat ook in het verleden wijn werd verbouwd aan de Nederrijn. Dat ging natuurlijk niet om exquise druivensoorten – dat was in het Nederrijnse klimaat nooit mogelijk. De meeste jaren leverden een nogal zuur resultaat op, dat alleen gezoet met honing nog een beetje te drinken was. De wijn van het Klooster Kamp had bijvoorbeeld een bijzonder slecht imago in de streek. De spreuk:  „Kamper wijn, zorgt voor pijn“, deed niet voor niets de rondte. Maar toch, al sinds de Romeinen de wijn naar dit gedeelte van Europa brachten, werd steeds opnieuw geprobeerd geschikte druiven aan te bouwen en wijn te persen. Omdat er in de middeleeuwen, tussen de negende en de veertiende eeuw, een relatief gematigd klimaat heerste, ging dat overigens ook een hele periode redelijk goed. Nog maar 250 jaar geleden was wijnbouw heel normaal in Keulen of Neuss, en die steden liggen echt niet veel zuidelijker. In de omgeving van Wesel vinden we tot de Vroegmoderne Tijd wijnbouwgebieden terug, onder andere in Büderich, Rheinberg, Moers en Xanten. Wijn was immers niet alleen in de kerk als miswijn onmisbaar, dankzij de alcohol bevatte het ook minder bacteriën dan bijvoorbeeld water. In de middeleeuwen was wijn bovendien een van de belangrijkste handelsgoederen. Dus de gemiddelde middeleeuwer was blij als hij de wijn voor eigen gebruik zelf aan kon bouwen. Ook al was het dan wat zuur.

Terug

Wijnbouw

Meer informatie

Er zijn maar weinig mensen die zich verheugen op een middagje grasmaaien. Denkt u zich dan eens in, hoe het zou zijn om het gras op de dijk te moeten maaien. Dat is natuurlijk nog eens wat anders dan een normale tuin. Gelukkig is er een veel betere oplossing. Een schaap is namelijk een ideale grasmaaier voor dijken. Of beter gezegd: een kudde schapen. Daarom kunt u hier overal bij de dijken schapen tegen het lijf lopen. Ook in kustregio's, bijvoorbeeld aan de Noordzee, worden graag schapen gebruikt. Schapen houden namelijk niet alleen het gras aangenaam kort, maar stampen en passant ook de bodem aan. En een goed aangestampte bodem met overal graswortels is een effectieve bescherming tegen dijkerosie en overstromingen. Dus schapen zijn niet alleen maar goed voor wol, vlees, melk of kaas – op zich al reden genoeg voor de mensheid om al ongeveer 5000 jaar schapen te houden – ze helpen ook nog bij het voorkomen van overstromingen en milieubeheer. Zo helpen ze ook de soortenrijkdom in stand te houden. Dijken staan weliswaar niet bekend als bloemenzee, maar hier zijn toch enkele bij insecten zeer populaire planten te vinden, zoals het Knoopkruid, de Glad walstro en het Duizendblad. Machinaal grasmaaien is slecht voor de planten en daarmee ook voor de insecten. Maar door schapen de dijken te laten begrazen, wordt ook nog eens gegarandeerd dat de bloemen kunnen bloeien en de insecten kunnen leven.

Terug

Schapen

Meer informatie

Zolang er mensen zijn, worden er oorlogen uitgevochten. Onschuldige burgers worden dan altijd het slachtoffer. Vaak hebben bewoners van oorlogsgebieden, geen andere keuze dan huis en haard te verlaten om het vege lijf te redden. Soms worden zelfs hele dorpen met de grond gelijk gemaakt. Dat gebeurde bijvoorbeeld met Büderich, dat op het verkeerde moment op de verkeerde plek bleek te liggen. Want direct tegenover het dorp, op de rechteroever van de Rijn, lag vesting Festung Wesel. Deze vormde vanaf 1805 het uiterste puntje van het Napoleontische Rijk en werd in de jaren daarna uitgebouwd tot een belangrijk verdedigingsbastion. Er werden twee forten gebouwd, het een op het eiland Büderich, het andere direct voor de poorten van het stadje. Al toen Napoleon – op weg naar Rusland – langs het stadje kwam, zou hij er een duidelijke mening over de toekomst van Büderich op na hebben gehouden. Naar verluidt sprak hij de woorden: "dat nest moet hier weg". Op de terugtocht na zijn nederlaag, twee jaar later, gaf hij daadwerkelijk de opdracht om het stadje te verwoesten en zo een vrij schootsveld te creëren. De inwoners kregen twee dagen de tijd om hun spullen te pakken en hun huizen te verlaten. Een gedenksteen aan de Weseler Straße herinnert nog aan het oude Büderich. De waarde van de gebouwen werd overigens wel getaxeerd en later als schadeloosstelling tenminste deels uitgekeerd. En zo erg hadden de inwoners van Büderich het nu ook weer niet getroffen. De Pruisische regering bouwde het plaatsje tussen 1815 en 1822 weer op als Neu-Büderich. De nieuwe stad ligt iets ten zuiden van de oorspronkelijke plek en werd twee keer zo groot. In de rechthoekige plattegrond met de brede straten is het Pruisische, militaire handschrift overigens nog duidelijk te herkennen. De twee classicistische kerken aan het marktplein zijn ontworpen door Karl Friedrich Schinkel en vormen samen met de overige architectuur een indrukwekkend ensemble. Neu-Büderich is een bezoekje dan ook meer dan waard. 

Terug

Neu-Büderich

Meer informatie

Een middeleeuwse hertog die jarenlang om de heerschappij van een regio had gestreden en uiteindelijk als winnaar uit die strijd was gekomen, deed er verstandig aan om zijn claim op de wereldlijke macht kracht bij te zetten en ook de geestelijke machten tevreden te stellen – bijvoorbeeld door een klooster te stichten.

En dat is precies wat hier bijna 600 jaar geleden is gebeurd. De omgeving was het toneel van heftige strijd tussen het hertogdom Kleef en het prinsbisdom Münster. Uiteindelijk werd het geschil met een compromis beslecht: de hertog van Kleef werd de soeverein, terwijl het bisdom Münster de kerkelijke macht mocht uitoefenen. Kort daarna schonk Johann von Capellen, een ambtenaar aan het hof van Kleef, zijn landgoed – de Dingdener Hufe aan de Augustijner kanunniken. Op hun beurt verkochten zij het slechts vijf jaar later al weer aan het Kruisbroedersconvent in Osterberg bij Osnabrück. Zouden de Augustijners later spijt van deze beslissing hebben gekregen? Marienvrede werd al snel een belangrijk cultureel en economisch centrum. Het werd vooral bekend als plaats waar de schrijfkunst werd beoefend. Meerdere schenkingen maakten het klooster een van de rijkste van de orde. Net als andere kloosters, overleefde ook Marienvrede de secularisatie van de twintigste eeuw niet. Het klooster werd opgeheven en nadat ook de laatste monniken waren vertrokken, begon men met het verkopen van de bezittingen. De gebouwen werden stuk voor stuk afgebroken en een deel van de stenen werd opnieuw gebruikt als bouwmateriaal in Dingden. In 1973 werd bij werkzaamheden een gemetselde gang ontdekt. Misschien waren dit wel de resten van een geheime verbindingsgang tussen het klooster en het toenmalige kloostercafé, waarover in Dingden nog altijd verhalen de ronde doen. Op droge zomerdagen zijn in de weide nog steeds de fundamenten van de kloosterkerk te zien. Ook de wapensteen met een afbeelding van het echtpaar Johann en Agnes von Capellen is nog te bewonderen - en wel in het Heimathaus in Dingden. Het klooster, dat eeuwenlang bepalend was voor het landschap en het dagelijks leven van de mensen, laat zo nog altijd veel sporen na.

Terug

Marienvrede

Meer informatie

Als we hier naar de Rijn kijken, is het maar lastig voorstelbaar dat de rivier niet altijd zo kalm is geweest. Dat deze vredige rivier in slechts een paar uur kon veranderen in een alles verslindend monster dat grote delen van het landschap overstroomde. Voordat de Rijn in de negentiende eeuw in zijn huidige rivierbed werd gedwongen, was de rivier volledig onberekenbaar en vielen er regelmatig slachtoffers. En als dat al moeilijk voorstelbaar is, wat denkt u dan van het volgende: in 1855 stond op deze plek een meer dan tien meter hoge ijsmuur! Want voordat de winters zachter werden en warm afvalwater in de rivier werd geloosd, leidden overstromingen in de winter regelmatig tot bizarre ijsformaties. De Rijn voerde grote ijsschotsen met zich mee en die maakten een overstroming nog veel gevaarlijker dan sowieso al het geval was. Zoiets gebeurde ook in 1855. Het was een extreem koude winter en de Rijn voerde steeds meer ijs mee. Het water stroomde nog wel, tot het ijs uiteindelijk bij Rees tot een geweldige blokkade werd samengeperst. In een handomdraai overstroomde het vlakke land – hier in Bislich brak de dijk – en bevroor het water al snel tot een dikke ijslaag. En tussen Rheinberg en Wesel ontstond een reusachtige ijsmuur – ongeveer een halve kilometer lang en meer dan tien meter hoog! U kunt zich waarschijnlijk wel voorstellen wat voor ravage het smeltwater aanrichtte op het land: meer dan 100 gehuchten overstroomden en de schade was enorm. Het water sloeg in Bislich wel een meter hoog over de dijk, verwoestte het achterliggende landschap en stroomde uiteindelijk helemaal tot de Zuiderzee.

Over deze catastrofe doet trouwens een spookachtig verhaal de ronde. Een jaar voor de ramp wilde de opa van de smid van Bislich een luchtje scheppen na het eten. Hij ging naar buiten en hoorde een oorverdovend gerinkel: ”alsof een kast vol borden op de grond was gevallen“, zei hij. En toen het water met de ijsschotsen later over de dijk sloeg, herkende hij het onaangename geluid meteen weer terug. Precies zoals hij een jaar eerder al had gehoord. Zo wordt het verhaal over de ijsmuur van Bislich tot op de dag van vandaag verteld.

Terug

IJsgang

Meer informatie