Als we hier naar de Rijn kijken, is het maar lastig voorstelbaar dat de rivier niet altijd zo kalm is geweest. Dat deze vredige rivier in slechts een paar uur kon veranderen in een alles verslindend monster dat grote delen van het landschap overstroomde. Voordat de Rijn in de negentiende eeuw in zijn huidige rivierbed werd gedwongen, was de rivier volledig onberekenbaar en vielen er regelmatig slachtoffers. En als dat al moeilijk voorstelbaar is, wat denkt u dan van het volgende: in 1855 stond op deze plek een meer dan tien meter hoge ijsmuur! Want voordat de winters zachter werden en warm afvalwater in de rivier werd geloosd, leidden overstromingen in de winter regelmatig tot bizarre ijsformaties. De Rijn voerde grote ijsschotsen met zich mee en die maakten een overstroming nog veel gevaarlijker dan sowieso al het geval was. Zoiets gebeurde ook in 1855. Het was een extreem koude winter en de Rijn voerde steeds meer ijs mee. Het water stroomde nog wel, tot het ijs uiteindelijk bij Rees tot een geweldige blokkade werd samengeperst. In een handomdraai overstroomde het vlakke land – hier in Bislich brak de dijk – en bevroor het water al snel tot een dikke ijslaag. En tussen Rheinberg en Wesel ontstond een reusachtige ijsmuur – ongeveer een halve kilometer lang en meer dan tien meter hoog! U kunt zich waarschijnlijk wel voorstellen wat voor ravage het smeltwater aanrichtte op het land: meer dan 100 gehuchten overstroomden en de schade was enorm. Het water sloeg in Bislich wel een meter hoog over de dijk, verwoestte het achterliggende landschap en stroomde uiteindelijk helemaal tot de Zuiderzee.

Over deze catastrofe doet trouwens een spookachtig verhaal de ronde. Een jaar voor de ramp wilde de opa van de smid van Bislich een luchtje scheppen na het eten. Hij ging naar buiten en hoorde een oorverdovend gerinkel: ”alsof een kast vol borden op de grond was gevallen“, zei hij. En toen het water met de ijsschotsen later over de dijk sloeg, herkende hij het onaangename geluid meteen weer terug. Precies zoals hij een jaar eerder al had gehoord. Zo wordt het verhaal over de ijsmuur van Bislich tot op de dag van vandaag verteld.

Terug

IJsgang

Meer informatie

Net als Nederland, is ook de omgeving van de Nederrijn een gebied waar eigenlijk altijd intensieve akkerbouw is gepleegd. Voor de ontdekking van kunstmest was er minder grond geschikt om gewassen op te verbouwen dan tegenwoordig. Hier, aan de Nederrijn, was de grond deels te nat en op de hoger gelegen delen juist te zanderig en arm aan voedingsstoffen. De vochtige bossen en velden werden sinds de twaalfde eeuw op veel plekken afgewaterd dankzij kanalisatie. Maar hoe zou je de zandgronden vruchtbaar kunnen maken? Overal in Europa waren mensen al sinds de elfde eeuw bezig met zulke vragen. De bevolking groeide en mensen vestigden zich ook in gebieden die niet per se geschikt waren voor akkerbouw. De oplossing die men bedacht was ingenieus. Men verwijdert de bovenste, begroeide grondlaag. Die zogenoemde plaggen worden vervolgens uitgestrooid in de stallen. Na ongeveer een jaar werden de plaggen, nu verrijkt met dierlijk mest, gemengd met as en keukenafval en weer op het veld gelegd. In de loop der eeuwen ontstond daardoor vruchtbare grond, ideaal om gewassen op te telen. De vruchtbare esdekken, Plaggenesche in het Duits, kwamen in de loop der tijd steeds hoger te liggen. Er kwam immers ieder jaar een laag grond bovenop. Maar die grond moest wel ergens vandaan komen. De gebieden waar de plaggen vandaan werden gehaald, daalden dus juist. Daar ontstonden karige heidelandschappen, soms zelfs zandduinen. Tegenwoordig worden de beide tegenpolen – de vruchtbare esgronden en de karige heidelandschappen – als twee delen van hetzelfde cultuurlandschap gezien. Veel esdekken zijn tegenwoordig bebouwd, ze lagen immers vlakbij de dorpskernen. De overgebleven esdekken blijven dankzij hun vruchtbaarheid onverminderd waardevol voor de boeren. Ze gelden, vanwege hun geschiedenis waarin menselijke inventiviteit en ijver zo’n grote rol speelden, als beschermde gebieden. In 2013 werd het zelfs uitgeroepen tot bodemsoort van het jaar.

Terug

Plaggenesch

Meer informatie

Je kunt het je tegenwoordig misschien niet meer voorstellen, maar ooit zwommen er honderdduizenden zalmen in de Rijn. Zalmvisserij was dan ook langs de hele rivier een belangrijke bron van inkomsten. Ook Obermörmter was zo'n typisch vissersdorp, waar bijna alle inwoners leefden van de visvangst. De ligging, in een bocht van de Rijn, was ook heel gunstig. Dat hadden de mensen in deze streek al heel snel in de gaten. Het plaatsje kent immers een geschiedenis van al meer dan 2000 jaar. De zalmvisserij was zo belangrijk voor het dorp, dat de zalm in het water het zelfs tot wapen van Obermörmter heeft gebracht. Op dat wapen wordt de vis vergezeld van een rode sleutel, symbool voor de heilige Petrus, schutspatroon van de vissers en ook van het dorpje zelf. Op het wapen zijn verder nog twee sterren te zien, een herinnering aan het feit dat Obermörmter vroeger aan beide oevers van de Rijn lag. Waarschijnlijk was hier vroeger een doorwaadbare plaats, waar inwoners en reizigers gemakkelijk naar de overkant van de rivier konden bereiken. Sinds de negentiende eeuw, toen de Rijn overal bevaarbaar werd gemaakt, is dat natuurlijk ondenkbaar. Maar het moet gezegd, de Rijn bleek voor Obermörmter niet alleen een zegen, maar ook een vloek. Toen de rivier in de zeventiende eeuw zijn loop veranderde, kwam een groot deel van Obermörmter onder water te liggen. Daarbij verdween ook de ruïne van het middeleeuwse kasteel Rönne, waar eeuwenlang de plaatselijke heersers woonden, in het water. Als de stroming van de Rijn niet zo sterk was geweest en zwemmen dus nog mogelijk - dan was dit vast en zeker een interessante plek om te duiken.

Terug

Obermörmter

Meer informatie

Nou, u bevindt zich op dit moment in een aardbevingsgebied. Het mag dan wel geen Japan of Italië zijn, maar de Nederrijnse Bocht is een van de regio’s van Duitsland met grote kans op aardbevingen. Sterker nog, de aarde beeft hier meerdere keren per maand. Meestal maar heel lichtjes en nauwelijks merkbaar. Maar toch: de aardbevingen zorgen tot de dag van vandaag voor een voortdurende inklinking van het aardoppervlak en soms zijn de aardbevingen wel duidelijk te merken. Als u uit de regio komt, herinnert u zich vast de grote beving van Roermond in 1992 nog wel. Toen ging de aarde flink te keer en waren de bevingen tot in Londen en Parijs te voelen. In Nederland en Duitsland raakten meer dan 30 mensen gewond en werd er voor in totaal 150 miljoen euro schade veroorzaakt. De geschiedenis leert dat het altijd erger kan. De grote aardbeving in Düren – in 1756 – was het dieptepunt van een serie sterkere aardbevingen die de omgeving meer dan twee maanden teisterden. De aarde beefde zo sterk dat de mensen niet op hun voeten konden blijven staan. Er vielen ten minste drie doden en de schade aan huizen was immens. Ook Alpen werd getroffen. De beving beschadigde de evangelische kerk – overigens de oudste gereformeerde parochiekerk van Duitsland – en de sporen daarvan waren nog lang zichtbaar voor de inwoners van het dorp.

Terug

Aardbevingen in Alpen

Meer informatie

Aan het kleine plaatsje Sonsbeck, dat tegenwoordig als kleinste gemeente van het district Wesel een idyllische indruk maakt, is nauwelijks te zien dat het ooit een rol speelde op het wereldtoneel. Een rol in de wereldkeuken, om precies te zijn.

De indrukwekkende fontein bij het stadhuis, waarop scenes van de varkensmarkt staan afgebeeld, geeft al een duidelijk signaal af. Het doet denken aan de "goede oude tijd", toen het gepiep en gekrijs van de aanwezige biggen en varkens nog luid klonk en per handslag over hun lot werd beslist. De laatste varkensmarkt vond hier in 1995 plaats, maar uit de varkensmarkt van Sonsbeck ontstond een handelscentrum van belang. Tegenwoordig is in Sonsbeck de in 2013 opgerichte organisatie "Schweinevermarktung Rheinland w.V." gevestigd, die de varkensprijzen in de regio vaststelt. Maar de Sonsbeckers verkopen niet alleen goed wat op het bord komt, maar ook de borden zelf. Tussen de zeventiende en het begin van de twintigste eeuw waren hier circa 90 pottenbakkerijen actief. Ze maakten gebruiksartikelen, maar ook tegels en sierborden. Ook het feit dat Sonsbeck tot in de Napoleontische tijd stadsrechten bezat – en wel vanaf 1320 -, toont het belang van de stad wel aan. De hertogen en graven van Kleef vonden het zelfs de moeite waard om de stad te ommuren en te voorzien van bewaakte torens. Hoewel Sonsbeck in 1945 bijna volledig werd verwoest tijdens gevechten tussen de geallieerden en de Duitsers, is de rechthoekige plattegrond nog steeds te herkennen. Want de oude, laatmiddeleeuwse stadsplattegrond is ook als basis voor de wederopbouw gebruikt. Deze lange en woelige geschiedenis heeft er in elk geval voor gezorgd dat Sonsbeck de bezoekers veel interessante bezienswaardigheden te bieden heeft.

Terug

Varkensmarkt

Meer informatie

De aanleg van spoorwegen is van enorme invloed geweest op de manier waarop wij de wereld waarnemen. Het is vandaag de dag nauwelijks meer voorstelbaar, maar voor de komst van de trein duurde het vaak uren om naar dorpen en steden in de omgeving te komen. En steden als Berlijn of Amsterdam lagen in het wereldbeeld van de gemiddelde negentiende-eeuwse boer hier uit de streek nog aan de andere kant van de wereld. Het spoor bracht de wereld voor de eerste keer onder handbereik en voor de toekomst van dorpen en gemeenschappen was aansluiting aan het spoorwegnet dan ook van levensbelang. Mehrhoog behoorde tot de gelukkige dorpen die in 1854 werden wakker gekust uit haar doornroosjesslaap en een station kreeg aan de nieuwe spoorlijn Oberhausen – Emmerich – Arnhem. Al snel vestigden zich hier herbergiers, ambachtslieden en handelaren en tegen het einde van de negentiende eeuw was het inwonertal verdrievoudigd. Alleen al de bouw van het station en de aanleg van het spoor bood aan meer dan 1000 mensen werk en zo werd de gemeente steeds groter. Ook mijnwerkers vonden het een aantrekkelijke plek om te wonen, want met de trein bereikten ze snel de mijnen in het Roergebied. Tot op de dag van vandaag is het een van de belangrijkste spoorlijnen van Duitsland. En inmiddels wonen hier meer dan 7000 mensen en die weten precies wat ze aan het spoor te danken hebben. En daarom vindt u hier voor het bankfiliaal een monument voor de spoorwerkers, de bronzen “Bahnekerl”.

Terug

De Bahnekerl

Meer informatie

Op 11 december 1859 speelde zich in de regio Bönninghardt een echte misdaadfilm af. De legendarische rover Wilhelm Brinkhoff was uit Amerika naar zijn thuisland teruggekeerd. Bij de huiszoeking in het huis van zijn vader had hij een paar dagen geleden een politieagent neergeschoten en nu waren alle beschikbare politieambtenaren ingezet om de voortvluchtige crimineel aan te houden. Met gebundelde krachten lukte het om Brinkhoff te arresteren, maar helaas pas nadat hij een politieagent bij de aanhouding had doodgeschoten. Kort daarna wist hij weer te ontsnappen. Hij werd opnieuw gevangengenomen en in een spectaculair proces tot 10 jaar straf in een tuchthuis veroordeeld. Maar ook deze keer ontkwam hij zijn straf en vluchtte hij waarschijnlijk weer naar Amerika. Hiermee maakte hij zichzelf en zijn daden nog meer tot een legende. Gedurende zijn leven gold hij als „Held van de arme mensen en schrik van de autoriteiten “. Dat uitgerekend een legendarische rover uit Bönninghardt komt is geen toeval. Want hoe idyllisch het er hier ook uitziet, ongeveer 250 jaar geleden was deze omgeving ongastvrij en berucht. De Pruisische staat dwong in de 18de eeuw kolonisten uit Pals, die eigenlijk Amerika als droombestemming hadden, om zich in de sobere zandvlakte te vestigen. In de tijd dat Brinkhoff hier zijn criminele praktijken verrichtte, verbeterden de leefomstandigheden langzaam. De staat bouwde bronnen, kerken en een school om een eind aan de ellende, de armoede en de criminaliteit in de omgeving te maken. Met name de uitvinding van kunstmest maakte tenslotte ook hier agrarisch gebruik mogelijk. Zo gingen de verdiensten aanzienlijk omhoog. Diefstallen en afpersingen behoorden vanaf toen tot de verleden tijd.

Terug

Rovers in de Bönninghardt

Meer informatie

Het uitzicht op de brede, traag stromende Rijn. De laaghangende luchten en misschien een langzaam, stroomafwaarts varend schip. Niks lijkt de idylle te verstoren. Lijkt, want het grote kruis herinnert ons eraan dat het er hier ooit allesbehalve vredig toeging. Het monument gedenkt de oversteek van de Rijn door de geallieerden aan het einde van de Tweede Wereldoorlog en de vele slachtoffers die daarbij vielen. In maart 1945 vochten de Duitse soldaten hier een van de laatste grote, uitzichtloze veldslagen aan het westelijk front. Negen maanden eerder had de landing in Normandië het begin van het einde van de oorlog en de Duitse nederlaag al ingeluid. In de tussenliggende negen maanden – en na vele heftige gevechten – waren de Amerikaanse, Canadese en Britse troepen op meerdere plaatsen doorgedrongen tot de Rijn. In eerste maanden van 1945 was het op de linkeroever van de Rijn – onder andere in het Reichswald bij Kleef – al tot zware gevechten gekomen waarbij beide zijden grote verliezen hadden geleden. Op 10 maart bliezen de Duitsers bij Büderich het laatste bruggenhoofd op en trokken zich terug op de andere oever van de Rijn. De geallieerden bereiden de oversteek van de rivier voor. Ze begonnen met de aanleg van noodbruggen en bombardeerden de Duitse troepen vanuit de lucht. Op de avond van 23 maart ging het grote offensief van de geallieerden van start. Tijdens Operation Plunder zouden 250.000 Britse, Canadese en Amerikaanse soldaten met behulp van amfibische pantservoertuigen op meerdere plekken de rivier oversteken. Binnen enkele uren creëerden ze een kleine 20 zwemmende bruggen. Bij Wesel legden ze zelfs een drijvende spoorbrug aan. De volgende dag kregen ze enorme versterking uit de lucht. De Britse premier Winston Churchill was in hoogsteigen persoon uit Londen overgekomen om de aanval te aanschouwen. Operation Plunder was een strategisch succes. Nadat het laatste Duitse verzet aan de Rijn was gebroken, kon het Roergebied worden omsingeld en veroverd. Ook konden de geallieerde troepen doorstoten naar de rivier de Elbe. Op 25 april vond daar de historische ontmoeting tussen Amerikaanse en Russische soldaten plaats. En weer enkele dagen later, op 8 mei, volgde de Duitse capitulatie en was de bevrijding van Europa eindelijk een feit.

Terug

Het Dijkkruis

Meer informatie

Hoe bakende men als heerser vroeger het beste de grenzen van zijn vorstendom af? Een grens moest duidelijk zichtbaar, solide en economisch zijn. Prikkeldraad bestond nog niet. Stenen om dikke muren mee te bouwen waren duur en het kostte veel moeite om ze van ver weg naar de Neder-Rijn te krijgen. Hout bestond weliswaar, maar dat werd al voor huizen en als brandstof gebruikt. Ideaal waren hindernissen die al in de natuur aanwezig waren, zoals bergketens of rivieren. Nu komen bergketens hier niet veel voor, maar de Rijn deed in de tijd van de Romeinen als natuurlijke grens dienst. Alleen stroomde de Rijn niet overal en veranderde deze van tijd tot tijd zijn koers. Om die reden bleef er slechts één optie over. Men groef greppels uit en de uitgegraven aarde stapelde men tot wallen op. De wallen werden vervolgens met ondoordringbaar struikgewas beplant en zo kwam men nauwelijks door deze hindernis. Stelt u zich voor hoeveel werk dat in deze tijd was! Er was nauwelijks gereedschap behalve houten schepjes en klompen aan de voeten! Maar het was dubbel en dwars de moeite waard. Zo werd namelijk niet alleen de grens aangegeven. De greppels liepen in onze vochtige streek vol met water. Dat maakte hun oversteek lastiger en de grens geschikter! Tegelijkertijd zorgde deze grensaanleg voor een snellere ontwatering wat weer ten goede kwam aan de landbouw. Meer landbouw betekende in de middeleeuwen meer geld en meer geld vereiste weer betere grenzen. Alles hangt dus met elkaar samen. Dat maakt de landweren tot een complex fenomeen: ze zijn niet alleen de oudste grensmarkering in Noordrijn-Westfalen en daarmee een opperbest archeologisch monument. Ze zorgen daarnaast nog steeds voor de waterregeling, in ieder geval daar, waar de greppels nog intact zijn. Vaak staan er alleen nog de wallen met het daarop gegroeide struikgewas. Deze zijn nog van waarde als zichtas, windvanger en ten dele als ecologisch waardevolle leefruimte. En sommige landweren zijn uitstekend geschikt als bosweg. In dat geval verschaffen ze wandelaars een stevige grip, een droge bodem onder de voeten en een goed uitzicht.

Terug

De landweren

Meer informatie