De nikkende distel

Meer informatie

Het vlakke landschap van Neder-Rijn is niet erg bekend voor zijn rijkdom aan grondstoffen. Met de huidige transportmogelijkheden is dat geen probleem meer. Het maakt weinig verschil of ik in Bochum of Emmerich woon, de bouwmarkten hebben hetzelfde assortiment.  In vroeger tijden moesten de mensen het doen met datgene wat zich letterlijk voor de deur bevond. Deze beperking van grondstoffen bood men het hoofd met de knotbomen. Als knotbomen werden wilgen, essen en eiken gebruikt. Hun takken werden om de paar jaren tot op de stam afgesneden, zodat dit zijn karakteristieke uiterlijk gaf. Het afgesnedene kon voor diverse doelen gebruikt worden: wilg voor mandenvlechterij of oeverversteviging, essen takken bijvoorbeeld voor werktuigstelen. Knotbomen vormen in de loop der tijd holtes die voor vele diersoorten als leefruimtes schuilplaatsen of nestplaatsen dienen.
Vooral de steenuil is als holenbroeder aangewezen op de beschikbaarheid van knotbomen. De mens helaas niet meer omdat de steel van de pikhouweel tegenwoordig eenvoudiger in de bouwmarkt te koop zijn dan dat ze zich uit een boom laten snijden. Ook de manden zijn vervangen door kunststof kuipen en als brandstof heeft hout oppermachtige concurrentie gekregen. Het knotten van de knotbomen is daardoor economisch niet meer van belang, maar slechts een landschapsonderhoudelijke taak. Geen wonder dat hun aantal is afgenomen want als ze niet meer geknot worden vernietigt dat de boom. Met elke afzonderlijke boom gaat dan kostbare levensruimte verloren die dieren, van steenuil tot gespecialiseerde kevers, het overleven mogelijk maakte.

Terug

Een bedreigd landschappelijk element

Meer informatie

Bloeiende vruchtbomen horen bij het voorjaar. Ook hier in Nederrijn. De schoonheid is vergankelijk en duurt voor elke boom misschien een week. Een feest voor het oog en vooral voor de bestuivende insecten. Alles tezamen duurt de fruitboombloei misschien een maand, van de vroegbloeiende pruimen via de perenboom tot de appelboom. Een maand waarin de bijen en hommels zoemen, men de winter vergeet en zich op de fruitoogst verheugen kan. De traditionele boomgaarden dienden ter verzorging van de boerenhoeves. Fruit kopen was te duur en zo kon men het zelf oogsten. Het vee vond in de hete zomer schaduw in de boomgaard en kon niet bij de vruchten dankzij de hoge stammen. In de knoestige bomen vinden veel diersoorten voeding en onderdak. Insecten bevolken de bast en steenuiltjes vinden nestholten en beschutting. Een traditionele boomgaard vergt echter zeer veel werk. Niet alleen de oogst is moeizaam. Ook hoogstammige fruitbomen hebben onderhoud nodig.
De snoei is niet echt leuk, als men op gammele ladders moet balanceren. Door de moderne aanbouwmethodes en fruitsoorten, die voordelig in winkels te koop zijn, worden de oude boomgaarden zeldzamer. Nauwelijks iemand neemt nog de moeite om te oogsten, laat staan het onderhoud te plegen. Oude soorten worden vervangen door nieuwe kweekproducten, die langere opslag mogelijk maken. Fruit werd van een seizoensproduct, dat tijdrovend door inmaak houdbaar gemaakt moest worden, tot een - het hele jaar leverbare vitamineleverancier. Van deze ontwikkeling profiteren we allemaal, maar voor de ingespeelde leefgemeenschappen van de boomgaard is dat natuurlijk slecht. Maar terwijl de traditionele boomgaard met haar schitterende bloesems ook een karakteristiek onderdeel van ons cultuurlandschap vormt, worden er tegenwoordig subsidies toegekend als men zich gewijd heeft aan de verzorging en conservering van een boomgaard.

Terug

De boomgarden

Meer informatie