Een raadsel: het is geen hond, maar kan wel blaffen. Het kan op z'n kop hangen, maar is geen vleermuis. Het is gek op glijden, balanceren en op takken schommelen. Daarbij lukt het zelfs een hele omwenteling. Het dier krauwt zijn vaste levenspartner en groet met een hogere en vriendelijkere stem dan zijn soortgenoten. Eten doet het goed, nagenoeg alles. Het liefst kleine dieren en kadavers, maar ook vruchten, noten en menselijk afval. En om aan voedsel te komen, zet het intelligente strategieën in. Noten of slakken laat hij uit de lucht vallen zodat ze in stukjes breken. Koeien pikken ze net zo lang tot ze toegeven en toegang bieden tot de begeerde uitwerpselen. De koeienpoep wordt vervolgens zorgvuldig op eetbaars onderzocht. Het dier luistert goed naar het gehuil van wolven en de schoten van jagers om zo snel mogelijk bij de kadavers te komen. Als er niemand op ze let, begraven ze de buit die ze niet direct op willen eten. En vliegen kan het als de beste. Vooral als ze in formatie vliegen, is het gedraai en gekeer een indrukwekkend gezicht. En het leuke aan deze dieren is: als het even meezit, kunt u ze hier in het Uedemer Hochwald live in actie zien. Heeft u enig idee over welk dier we het hebben? Natuurlijk, raven. Het is eigenlijk al fantastisch nieuws dat de grote, zwarte vogels hier weer broeden. Raven hadden zo'n slechte naam, dat de mens er tot halverwege de twintigste eeuw bijna alles aan deed om de soort uit te roeien. Men geloofde bijvoorbeeld dat ze lammeren en kalveren dood zouden pikken. Nu weten we dat raven graag de placenta eten, maar pasgeboren lammetjes alleen aanraken als die al ziek en niet levensvatbaar zijn.  

Er mag tegenwoordig niet meer op raven worden gejaagd en gelukkig gaat het weer goed met de vogelsoort. Een duurzaam beheerd gebied als het Uedemer Hochwald is ideaal voor raven. Meer dan 40% van het Hochwald is zelfs expliciet aangewezen als beschermd natuurgebied. En een kwart is volledig teruggegeven aan de natuur. Het dode hout en de vele biotioopbomen bieden plaats aan insecten, paddenstoelen, vleermuizen en vogels en helpen om een veelvoud aan dier- en plantensoorten te beschermen. Het is een goed teken dat de raaf is teruggekeerd en het toont aan dat het Uedemer Hochwalt een belangrijke rol speelt als natuurgebied.

Terug

Kolkrabe

Meer informatie

Als u dacht dat woningnood een stads fenomeen is, dan heeft u het mis. Ook op het platteland en vooral in het bos woedt er hevige concurrentie om de beschikbare woonruimte. En ondanks de precaire situatie zorgen economische belangen vaak nog voor extra beperkingen. U heeft geen idee waar dit nu weer over gaat? Dat komt waarschijnlijk doordat u aan woningen voor mensen denkt. Dieren wonen echter ook. Ze hebben behoefte aan plekken om te slapen en te broeden, veilige plekken voor hun nakomelingen of als schuilplaats en beschutting in de winter. En veel verschillende, soms bedreigde, diersoorten gebruiken daarvoor het liefste holen of holtes in oude bomen. De begeerde woonruimte wordt vaak gebouwd door spechten. Met hun snavel openen deze vogels elk jaar meerdere holen, deels om te broeden en deels om te slapen. En dus zijn er oude, door spechten niet meer gebruikte holletjes. En daar profiteren andere dieren weer van: kauwen, spreeuwen, steenuilen, vleermuizen of eekhoorntjes en natuurlijk talloze insecten als horzels en kevers. Zo wordt een echt circulaire economie gecreëerd. Om een voorbeeld te noemen: spechten hakken een hol onder het vlieggat in de boom. Dat lukt ze zonder hoofdpijn en hersenschuddingen, wat al een wonder op zich is, maar dat is weer een ander verhaal...Dan komen paddenstoelen en bacteriën, die vergroten langzaam de holte tot boven het vlieggat. De holte die zo ontstaat, is ideaal voor vleermuizen. Hun uitwerpselen vullen echter stukje bij beetje het hol en dat maakt het volslagen onbewoonbaar. Dit duurt niet lang, want voor insecten en hun larven is zo'n hol juist een geweldige woonruimte en zij ruimen alle uitwerpselen weer op. Als de holen zijn opgeruimd, keren de vleermuizen weer terug. Maar de bomen hebben nog veel meer belangrijks te bieden: spleten, ritsen, dode takken en stammen. Zulke biotoopbomen bieden levensruimte aan talloze insecten en paddenstoelen, die weer als voedsel dienen voor talloze dierensoorten. Helaas zijn er tegenwoordig veel te weinig van, vooral oudere biotoopbomen. Dat ligt soms aan de krachtige stormen die hier kunnen razen. De meest vernietigende stormen hier in het Uedemer Hochwald waren overigens de zware pantsergevechten in de Tweede Wereldoorlog. Vaker is houtwinning echter de schuldige . Tegenwoordig is er gelukkig meer aandacht voor het behouden van oude bomen. In het Uedemer Hochwald zijn er natuurboscellen, met veel dood hout, en ook in andere delen van het bos beschermen de boswachters de waardevolle biotoopbomen. En dat is goed nieuws voor de woningmarkt in het bos.

Terug

Höhlenbäume

Meer informatie

Niet ver van de Nederlandse grens vinden bezoekers de oudste vestiging van de Rheinische Verein: het Petrusheim in Weeze. Het complex opende haar deuren in 1902 en ligt midden tussen eindeloze akkers en weides. Op het eerste gezicht maakt het de indruk van een klein dorp. De afgelopen 115 jaar is het complex veelvuldig van uiterlijk veranderd. Maar net als vroeger is het Petrusheim een bijzonder toevluchtsoord voor ca. 240 mensen die ondersteuning nodig hebben: in het verpleeghuis, als opvang voor dak- en thuislozen en als plek om te re-integreren in de maatschappij. Net als de andere vestigingen van de Rheinische Verein is ook het Petrusheim een plek die bewoners als startpunt van een nieuw leven kunnen gebruiken of als plek om langer te verblijven.
Ver weg van de "straat" zijn de mensen hier graag geziene gasten. In het Petrusheim worden ze op persoonlijke wijze begeleid. Dat lukt de 170 medewerkers vooral door het veelzijdige - en op de individuele behoeftes van de bewoners afgestemde - zorgaanbod. Behalve voor het Petrusheim is de Rheinische Verein ook verantwoordelijk voor een woonhuis in het centrum van het nabijgelegen Weeze, waar de bewoners verder worden voorbereid op een zelfstandig bestaan. Het Petrusheim, met kapel, slagerij en boerenbedrijf, is uitgegroeid tot een moderne, beschermde omgeving. De vereniging biedt alle bewoners intensieve begeleiding en maakt het mogelijk dat de bewoners zinvolle activiteiten uitoefenen die passen bij hun talenten en interesses. Behalve het opbouwen van contacten met medemensen en ervaringsdeskundigen, staat vooral het opbouwen van het zelfvertrouwen centraal.

Terug

Petrusheim

Meer informatie

Dit broekbos is precies het soort bos dat als magisch rijk in een tekenfilm zou kunnen figureren. Omgevallen bomen vol mos, varens, hoge grassen en de bonte kleuren van gele irissen of de witte bloesems van de sierlijke waterviolier. En natuurlijk ook de natte bosgrond, die bij tijd en wijlen echt onder water staat. Waar de mens niet kan komen, wordt de natuur nog aan zichzelf overgelaten. Dat wordt veroorzaakt door het hoge grondwaterpeil en het vele water hier in de Niersniederung. Op de natte, zuurstofarme bodem zijn in de loop der tijd wel heel speciale planten gegroeid. Precies die soorten die goed gedijen op een natte ondergrond. Van de bomen die van oudsher in de omgeving voorkomen, verdragen alleen bepaalde berkensoorten – zwarte elzen en zachte berken – de vochtige bodem. De berken werden vroeger als brandhout gebruikt. Men kapte ze net boven de wortels, zodat de boomstronk meerdere nieuwe loten kon voortbrengen. En die konden dan later weer geoogst worden. Behalve de bomen zijn er ook hier ook struiken te vinden: bijvoorbeeld de wilde lijsterbes, sporkehout en een weelderige begroeiing van rietgras, kruiden, varens en mossen. In poeltjes water floreert dan weer de aronskelk. Een omgeving die ontoegankelijk is voor mensen, biedt natuurlijk veel bescherming aan dieren. Zo bieden uitgeholde bomen een thuis aan spechten en sommige soorten vleermuizen. Omdat een broekbos het hele jaar door nat is, is het een ideale leefomgeving voor salamanders, kikkers en verschillende slakken. De houtsnip verkeert hier ook graag, want de zachte bodem biedt een weelderig menu aan wormen en insectenlarven. Hoogzomers, als het een tijdje echt warm is, zien we hier soms ook de kleine ijsvogelvlinder, een met uitsterven bedreigde vlindersoort met bruinwitte of oranjewitte vleugels die het vocht uit de bosgrond kan zuigen. Haar rupsen eten de bladen van de wilde kamperfoelie, die zich als een soort liaan langs de bomen omhoog slingert. Natuurlijke broekbossen als deze zijn hier in de omgeving behouden gebleven omdat afwatering voor bebossing te omslachtig zou zijn geweest. Aan de randen van de greppels en wegen zijn slechts enkele populieren te zien. De natuurbescherming dringt er op aan de populieren te vellen en de natuur volledig aan zichzelf over te laten. Zo kan dit woud ook in de toekomst zijn magische atmosfeer behouden.

Terug

Erlenbruchwald

Meer informatie

Als we nu uitkijken over de Baaler Bruch, dan zien we landbouw. Dat zou je misschien niet verwachten met zo'n naam, want Bruch betekent moeras. En moerassen vormen zoals bekend niet echt goede boerengrond. Omdat de Rijn zo'n belangrijke rol speelt in de totstandkoming van het landschap, is bijna dit hele gebied ooit wel eens door de Rijn of een van zijn zijarmen overstroomd. Nadat de mens de regie steeds meer in handen nam, werden over de eeuwen heen steeds grotere grondstukken drooggelegd. Het duurde lang voor dat ook lukte met de Baaler Bruch. Al in de middeleeuwen werden de eerste pogingen ondernomen, die waren echter niet succesvol. Pas in het begin van de twintigste eeuw lukte het om sloten te graven en het moeras te ontwateren. Dit werk vroeg enorme inspanningen, die met name werden geleverd door de daklozen die in de instelling Petrusheim waren ondergebracht. Ook vandaag de dag zijn de sloten en greppels die van het moeras vruchtbaar akkerland maakten nog te zien. Dat geldt eigenlijk overal in de streek, sloten en greppels zijn uit het cultuurlandschap van de Nederrijn niet weg te denken. Ze zijn misschien niet spectaculair, maar waren wel fundamenteel om de regio zijn huidige gezicht te geven. Vanaf 2018 zullen hier ook windmolens worden gebouwd. Die zijn intussen, net zoals de sloten, niet meer uit de Nederrijn weg te denken.

Terug

Baaler Bruch

Meer informatie

Als u hier op de brug staat, ziet u een beek met keuzemogelijkheden. Naar links, naar rechts of allebei. Dat is vandaag de dag best bijzonder. Eeuwenlang was dat echter de normaalste zaak van de wereld. De mensen wisten niet beter dan dat rivieren en beekjes al meanderend van loop veranderden en een ander rivierbed zochten. Hele dorpen lagen als gevolg soms links en dan weer rechts van de Rijn en waren het ene moment uitstekend en het volgende moment nauwelijks bereikbaar. Ook de Kendel hier deed lange tijd wat hij wilde. Rustig stromend, slingerde de beek door het landschap. Voor de boeren aan de Nederrijn was dat best lastig. Want het succes van de oogst staat of valt met een doordachte afwatering van de velden. En een langzaam kronkelend beekje voert water van overstromingen of sterke regens nu eenmaal veel langzamer af dan een rechte, snelstromende waterweg. Daarom werd de Kendel, zoals bijna alle andere waterlopen in de omgeving, bijna overal verrecht. De beek stroomde sneller, voerde meer water mee en de boeren hadden de kans hun akkers tot de oevers uit te breiden. Op zich prima. Hoewel: wat goed was voor de boeren, was niet automatisch goed voor de beek. Een natuurlijke beek is een complex ecosysteem met een enorme soortenrijkdom. Maar een rechte beek stroomt voor veel soorten te snel en de steile oevers bieden veel planten geen geschikte levensruimte meer. Langzaam begrijpen we echter steeds beter dat we het verlies van soortenrijkdom moeten stoppen. Niet alleen omdat een natuurlijke beek er mooier uit ziet dan een rechte greppel, of omdat we het leven van kleine, bijna onzichtbare dieren ook belangrijk vinden. Maar uiteindelijk omdat we steeds bewuster zijn van het feit dat alle levende wezens, ook de mens, van elkaar afhankelijk zijn. Voor stromend water geldt daarom sinds 2000 Europese kaderrichtlijn Water, om watergebruik op een milieuvriendelijkere manier vorm te geven. En dus is waterschap Baaler Bruch bezig om de Kendel stukje bij beetje in oude staat terug te brengen  en te bevrijden uit het smalle, rechte beekbed. Het verrechten van de waterlopen kostte veel moeite en inspanning en wordt nu met misschien nog wel grotere, vooral financiële, inspanningen ongedaan gemaakt. Maar het uiteindelijke doel is zeker de moeite waard.

Terug

Renaturierte Kendel

Meer informatie