De mensheid was er bijna in geslaagd haar doel te bereiken en van de otter een uitgestorven diersoort te maken. Vanaf de jaren zestig waren er hier in Noordrijn-Westfalen – net als in vele andere regio’s – eigenlijk geen otters meer. Vroeger werd er namelijk op ze gejaagd met speciaal voor dit doel gefokte honden, Otterhonden genoemd. De waterdichte vacht van de otter was erg in trek en de dieren zelf golden als hinderlijke visdieven. Het vlees van de otter werd vooral in de vastentijd graag gegeten. Om dat mogelijk te maken had men deze dieren, net als bevers trouwens, gewoonweg tot vis uitgeroepen. Maar niet alleen de jacht bedreigde de otters. Vanaf het midden van de vorige eeuw vormden ook de afnemende waterkwaliteit en de gereguleerde waterwegen een gevaar. Zowel voor de otters en hun jongeren, maar ook – en minstens zo belangrijk – voor hun prooi: vissen en krabbetjes. Met de verbeterde waterkwaliteit en toegenomen aandacht voor natuurlijke waterlopen, keerde de prooi langzaam weer in de regionale wateren terug. Niet veel later gevolgd door de otter. In de omgeving van Münster werd de aanwezigheid van het dier in 2009 voor het eerst weer bewezen en enkele jaren later liet de behendige visser ook in de omgeving van Kleef weer van zich horen. Dat is een echte sensatie! Het blijven schichtige dieren. Maar ze laten wel sporen na. Naast de kenmerkende voetafdrukken, laat het schuwe knaagdier zijn uitwerpselen liefst goed zichtbaar achter. Daarmee markeren otters namelijk hun territorium. De dieren zelf zult u niet snel zien – of pas als het te laat is. Op hun lange nachtelijke tochten steken de dieren namelijk straten over en worden regelmatig aangereden door auto’s. Hoewel de jacht inmiddels verboden is, blijft de mens dus de grootste vijand van de otter. In 2016 werd een van de eerste otters die de buurt van Kleef weer als thuisbasis had uitverkoren, overreden in de buurt van Ottersgraben. Het water hier heeft op sommige plekken een bijzondere rode kleur. Dat komt omdat hier ijzerhoudend grondwater omhoog komt. IJzer verbindt zich aan de oppervlakte weer met zuurstof en dat leidt tot roestvorming. De otter lijkt er zich gelukkig niet aan te storen.

Terug

Ottersgraben

Meer informatie

Als u dacht dat vooral vliegtuigen vlogen vanaf de luchthaven Weeze, dan heeft u het mis. Want wat blijkt, er vliegen vooral bijen! En wel vele duizenden. Als u even de tijd neemt, zult u er zeker een of meer kunnen bewonderen. Veel bijenvolken zwermen namelijk dagelijks uit vanaf het bijenhuis bij de luchthaven en verzamelen nectar in een straal van 5000 hectare voor de luchthavenhoning. Luchthavenhoning? Ja, u hoort het goed . Om uw eerste vraag te beantwoorden: ja, de honing is eetbaar. Sterker nog: het is misschien wel een van de meest gecontroleerde honingsoorten ter wereld. Want de honing die wordt geproduceerd is zelf een controlemiddel; een instrument waarmee schadelijke stoffen kunnen worden gemeten. Hoe werkt dat? U kent waarschijnlijk wel het verhaal van de bloemetjes en de bijtjes. Bijen verzamelen nectar en pollen uit de bloemen en slaan die op. De nectar wordt tot honing ingedikt en vormt dan, net als de pollen, voeding voor de bijen en hun larven. En bij het verzamelen van de pollen bestuiven ze ook nog de bloesems van de planten en helpen zo bij hun verspreiding. Van de ijverige inspanningen van de bijen profiteren mens en milieu dus dubbel, nee driedubbel. Want schadelijke stoffen uit de lucht, de grond en het water worden opgeslagen in de planten en daarmee ook in de bijen. Als we de honing en de pollen gaan analyseren, ontdekken we hoe schadelijke stoffen zijn verspreid over de gebieden die de bijen bezoeken tijdens hun vluchten. En die analyses vallen voor de luchthaven positief uit. Alle vastgestelde waarden liggen ruim onder de Europese richtlijnen, vaak zelfs nog onder de identificatiedrempels. Deze methode past de luchthaven sinds 2006 toe. Het is een briljante, eenvoudige en betrouwbare manier gebleken om de volledige 620 hectare van het luchthaventerrein te controleren. En dat het meetinstrument ook nog heerlijk zacht en zoet smaakt, is alleen maar mooi meegenomen.

Terug

Luchthaven

Meer informatie

Aan de andere oever van de Nier ligt een van de belangrijkste adellijke paleizen van de regio. Omdat het in de Tweede Wereldoorlog dienst deed als lazaret – en op het dak een groot, rood kruis had aangebracht, ontkwam het aan de vernietiging door bommenwerpers. Na de oorlog moest het echter wel uitgebreid gerenoveerd en gemoderniseerd worden. Gelukkig is de oorspronkelijke constructie tot op de dag van vandaag behouden gebleven. Toegegeven: oorspronkelijk een relatief begrip, want het slot is in de loop van de geschiedenis meer dan eens aangepast aan de wensen en modes van het moment. In de middeleeuwen werd het gebouwd als vesting, maar na de uitvinding van het buskruit verloor het zijn militaire waarde. U kunt zich makkelijk voorstellen dat kanonnen vrij baan hadden vanaf de plek waar u nu staat. Dat gaf de toenmalige kasteelheer het excuus om de burcht om te toveren in een speel renaissanceslot met talloze torens en erkers. Dat raakte in de loop van de achttiende eeuw weer uit de mode, zodat meer aanpassingen volgden en het slot een barok landhuis werd. Nu zonder torens, maar met witte façade. In de negentiende eeuw keerden de lokale machthebbers weer terug naar de oorsprong. De bakstenen werden vrij gelegd en het slot kreeg een neogotisch uiterlijk. De indrukwekkende verdedigingstoren van het voorhof is bijvoorbeeld een zorgvuldige kopie van het origineel. Alleen de onderste twaalf meter van de noordelijke en westelijke façade van het voorhof stammen trouwens nog echt uit de middeleeuwen. De in de negentiende eeuw gebouwde slotkapel geldt als een van de mooiste neogotische kerken van het Rijnland. Dat het slot Wissen er ook tegenwoordig nog zo indrukwekkend uitziet, is vooral te danken aan de inspanningen van de familie Von Loe. Deze familie bewoont het slot al meer dan 550 jaar. Ridder Johann van den Loe was de eerste in de familie die het in bezit had. Hij kocht het en gaf het aan zijn zoon bij diens huwelijk met de dochter van een lokale notabele. Intussen is de zestiende generatie Von Loe aan de beurt. Het slot is nu een congreslocatie en hotel. Op het landgoed wordt een bos beheert, is een boerenbedrijf actief en wordt ook biogas geproduceerd. Bezoekers die rekening houden met de bewoners zijn van harte welkom. Vanuit het poortgebouw krijgt u een goede indruk van het complex.

Terug

Slot Wissen

Meer informatie

Er is veel te doen over onze energieverzorging in de toekomst. Dat de mensheid behoefte heeft aan energiebronnen is geen punt van discussie. Wel wordt heftig gedebatteerd over welke manieren van energie opwekken we willen stimuleren. Atoomenergie brengt ernstige risico’s met zich mee, fossiele energie is eindig – en de manieren om ze op te wekken en te verbranden zijn slecht voor het milieu. Zonne-energie klinkt goed, als de zon dan tenminste wat vaker en sterker zou schijnen. Windenergie past waarschijnlijk beter bij deze streek, maar de plaatsing van windmolens is altijd omstreden en de opslag van de gewonnen energie problematisch. Dan houden we biogas als alternatief over. Het idee erachter lijkt wel alchemie en is eigenlijk briljant. Van mest wordt goud, tenminste figuurlijk gesproken. Miljarden bacteriën fermenteren de uitwerpselen van koeien of kippen. Zo ontstaat methaangas en dat kan weer in stroom of warmte worden omgezet. Het deel van de mest dat achterblijft is nog steeds uitstekend te gebruiken voor bemesting – en heeft overigens ook een duidelijk minder penetrante lucht. Bovendien is biomethaangas – als enige van de duurzame energiebronnen – op te slaan. Dat klinkt als een win-winsituatie. Maar er is een probleem: mest is slechts een van de mogelijke grondstoffen. Meestal wordt bij de productie van biogas maissilage gebruikt, want mais is de effectiefste grondstof. Dat is ook een van de redenen dat er de afgelopen jaren zoveel nieuwe maisvelden zijn aangebouwd. Het grootste deel van de verbouwde mais wordt overigens gebruikt als voer in de intensieve veehouderij. Het probleem daarbij is het ontstaan van maismonoculturen, dat kan fatale gevolgen hebben voor de diversiteit.

Verder is ook het garanderen van de veiligheid een belangrijke voorwaarde voor de productie van biogas. Het methaangas mag niet vrijkomen, rioolwater mag in geen geval in de omliggende sloten belanden, want dat bevat zoveel bacteriën dat het dodelijk zou zijn voor het ecosysteem. Om de ecologische voetafdruk zo klein mogelijk te houden, is het ook van belang dat alle gebruikte stoffen uit de regio komen en op duurzame wijze zijn verbouwd. De biogascentrale bij slot Wissen geeft het goede voorbeeld en bewijst dat biogas – mits aan alle voorwaarden wordt voldaan – echt de toekomst heeft. Zeker ook, zoals hier het geval is, als het grootste deel van de opgewekte warmte ook nog eens kan worden gebruikt.

Terug

Biogas

Meer informatie

Wie een beetje flexibel is, heeft het wat makkelijker in het leven. Dat geldt voor ons mensen, maar dat geldt zeker voor dieren. Neem een dier als het wilde zwijn. Al ongelofelijk lang, zo’n 6 miljoen jaar, struint het wilde zwijn door onze bossen. Dat zou niet mogelijk zijn als het dier niet in staat zou zijn zich aan de omstandigheden aan te passen. En inderdaad, flexibeler dieren dan wilde zwijnen zijn er bijna niet. Het zijn overlevingskunstenaars. Ze eten letterlijk alles en verwachten niet meer van hun leefomgeving dan de aanwezigheid van water. Een van de weinige dingen waar ze echt een hekel aan hebben is bevroren aarde. Ze kunnen goed zwemmen en rennen. Ze ruiken twee keer beter dan honden en hebben een dikke huid. Bovendien zijn slim, ze leren snel en geven hun kennis door aan hun jonkies. Hoewel de mens in West-Europa af en toe regelrecht in oorlog was met het wilde zwijn – en het ook daadwerkelijk op veel plekken was uitgestorven – veroveren de intelligente en sociale dieren steeds meer gebied terug. Zelfs zodanig dat wij mensen het langzaam een beetje lastig gaan vinden. Niet alleen omdat ze, bijvoorbeeld in Berlijn, de achtertuinen omwoelen op zoek naar eetbaars. Vooral ook omdat ze veel schade op de akkers aanrichten. De verleidingen van aardappels en mais kunnen wilde zwijnen nu eenmaal nauwelijks weerstaan. Het voedselaanbod voor wilde zwijnen wordt trouwens steeds beter dankzij het milder wordende klimaat en omdat veel naaldbossen worden veranderd in loofbossen. Daarbij zijn natuurlijke vijanden als wolven, lynxen en beren hier in de omgeving ook niet meer te vinden. De jacht op de wilde zwijnen is daarom geïntensiveerd. Wilde zwijnen spelen een belangrijke rol in het ecosysteem. Ze zijn de tuinmannen van het bos. Hun uitwerpselen helpen planten zich te verspreiden, ze eten schadelijke keverlarven en doorwoelen voortdurend de grond in hun zoektocht naar eten. Ideaal voor de zaden van bloemen, planten en bomen, want de aarde wordt losser en het water wordt verdeeld. In bossen met veel wilde zwijnen staan dan ook veel meer jonge bomen dan in vergelijkbare bossen waar deze dieren niet te vinden zijn. Als wilde zwijnen leven in grote bossen, die deel uitmaken van een grotere natuurstructuur, maakt dat de kans veel kleiner dat de dieren gedwongen zijn ongewenste rooftochten naar tuinen, parken en maisvelden te ondernemen. Hier in Wildschweingatter Laarbruch heeft u een goede kans om deze hoogst intelligente dieren live te bewonderen.

Terug

Wilde zwijnen

Meer informatie

Koeienvlaaien als plaatselijk voordeel

Meer informatie

De vluchtelingen waren al een hele tijd onderweg. Thuis was de situatie uitzichtloos geworden. Religieuze fanatici maakten andersdenkenden het leven onmogelijk, zodat ze – met pijn in het hart – kozen voor de vlucht naar veiliger oorden. Zonder de benodigde papieren, gingen de grenzen echter niet open. De vluchtelingen konden niet meer voor of achteruit. Nee, dit is geen weergave van de actualiteit. Dit is wat er in 1741 gebeurde, hier aan de Schenkenschanz. Een groep mensen uit de Palts, de Hunsrück om precies te zijn, sloeg op de vlucht voor de agressieve Contrareformatie en wilde vluchten naar Pennsylvania. Om dat doel te bereiken, moesten ze de Republiek zien binnen te komen. Zonder geldige kaarten voor de scheepsreis was dat niet mogelijk. En die hadden ze niet. Dus konden de vluchtelingen geen kant meer op. Vertwijfeld vroegen ze hier om een stuk land. Het Pruisische Rijk bleek inderdaad bereid deze groep op te nemen en bood ze uiteindelijk de Gocher Heide aan. Maar de lijdensweg van de vluchtelingen was nog niet ten einde. Velen waren ondervoed en uitgeput. Een epidemie eiste vele slachtoffers. Van degenen die het overleefden, dreigde een deel weer te worden uitgezet na protesten van de bewoners van de Gocher Heide. Pas na een directe smeekbede aan de Pruisische koning kwam er verbetering in de situatie. Het was Frederik de Grote zelf die de groep vluchtelingen uit de Palts het recht gaf om zich op de Gocher Heide te vestigen. Hij beval de plaatselijke autoriteiten de kolonisten ter wille te zijn. Al snel werden de eerste zes huizen gebouwd. Steeds meer heideland werd akkerland en langzaam kwamen steeds meer kolonisten naar het gebied, geïnspireerd door de successen van de oorspronkelijke immigranten uit de Palts. Ze stichtten eigen kerken en scholen en creëerden een eigen zuil. De protestante groep uit de Palts hield zich grotendeels afzijdig van het verder katholieke Rijnland. Dat verklaart ook waarom in Pfalzdorf tot op de dag van vandaag een vorm van het Paltser dialect wordt gesproken. Integratie gaat niet vanzelf. Vroeger werd er nog regelmatig gevochten tussen katholieke en protestantse jongeren, maar die tijd is voorbij. Tegenwoordig woont men in Pfalzdorf vredig naast en door elkaar.

Terug

Pfalzdorf

Meer informatie

Wie in de vroege middeleeuwen een huisje wilde bouwen, zag door de bomen het bos niet meer. Bos was namelijk letterlijk overal. Het in de buurt gelegen Reichswald is ook tegenwoordig nog een van de grootste samenhangende bossen in Nordrhein-Westfalen. Toen waren er overal zulke bossen en moesten er vaak bomen gekapt worden. Niet alleen voor de huizenbouw, maar ook voor de akkers. De mensen leefden immers van wat hun akkers opbrachten. Het koste dus veel inspanning om een huis of een dorpje te bouwen en dus bleef de bewoners weinig tijd om lang over de naam na te denken. Veel dorpen hebben daarom niet zo'n originele naam, maar zeggen wel veel over de tijd waarin de mensen er kwamen wonen. Asperden werd in 1100 voor het eerst vermeld. De laatste drie letters –den- komen van "Rodung", wat rooien of ontginnen betekent. Aspe klingt al een beetje als esp en zo kunnen we de naam Asperden verklaren: De gerooide espen. Ook vandaag de dag wordt er in Asperden nog hout verwerkt – niet alleen ter herinnering aan de eerste jaren van het dorpje, nu al 1000 jaar geleden, maar zeker vanwege de nabijheid van het Reichswald, waar ooit zelfs een keizer werd geboren: Otto de Derde. In Asperden woonden genoeg mensen en het dorpje was belangrijk genoeg om een eigen kerk te krijgen: de St. Vincentiuskerk. Vlakbij Asperden is ook het klooster Gravendaal te vinden, dat in de dertiende eeuw werd gesticht door Graaf II van Gelre. Het plaatsje was in de negentiende eeuw nog belangrijk genoeg om een eigen station te krijgen. De Spoorlijn Boxtel-Wesel verbondt Goch zowel met het Duitse als het Nederlandse achterland. Die tijden zijn voorbij. De spoorlijn raakte na de tweede wereldoorlog in onbruik omdat steeds meer verkeer over de weg plaatsvond.

Terug

Asperden

Meer informatie