U staat hier op een van de oudste dijken in de omgeving. Meer dan 200 jaar geleden werd hij – voornamelijk van baksteen – gebouwd. Niet alleen bood de dijk bescherming tegen overstromingen, dankzij deze dijk konden eindelijk ook alle omliggende dorpen bezocht worden door postbodes. Vandaar ook de naam: postdijk. Tegenwoordig speelt de dijk geen rol van betekenis meer bij het bezorgen van de post en ook niet meer in de strijd tegen het water. Wel is de oude waterkering nog van belang voor de biodiversiteit. Vroeger waren grasvelden vol bloeiende bloemen en kruiden een veel voorkomend verschijnsel langs de Nederrijn, maar dat is niet meer zo. Alleen op de dijken tref je dit natuurverschijnsel nog aan. In dit milde klimaat bieden de steile, zonnige bermen de ideale omgeving voor wilde bloemen en planten als veldsalie, tijm, de beemdkroon of het knoopkruid. Dat trekt natuurlijk weer ontelbaar veel insecten aan, die op hun beurt weer aantrekkelijk vogelvoer zijn. Deze voedselketen kan alleen functioneren als de bloemen kunnen bloeien. En dat kan alleen als de dijk zoveel mogelijk met rust wordt gelaten en er zo min mogelijk – en vooral niet te vroeg in het seizoen – wordt gemaaid met grasmaaiers. Er zijn andere manieren om de dijk te onderhouden. Bijvoorbeeld door er schapen te laten grazen. Die doen dat van nature in een langzaam tempo en zo krijgen de planten genoeg tijd om te groeien. Bovendien zorgen schapen geheel uit zichzelf voor een goede bemesting en trappen ze de plaggen goed vast in de grond. Dat laatste is vooral van belang voor dijken die ons nog daadwerkelijk tegen hoogwater moeten beschermen. De Postdeich is wat dat betreft al met pensioen en dus mogen hier ook grotere struiken groeien, aangename broedplaatsen voor vogels. De Postdeich maakt deel uit van het beschermde natuurgebied „Rheinaue zwischen Wesel und Bislich“ en is eigendom van NABU Wesel. Een organisatie die gelukkig heel goed weet hoe natuurvriendelijk dijkonderhoud eruit ziet.

Terug

De Postdeich

Meer informatie

40 jaar geleden draaide alles op het eiland Bislicher Insel om geld verdienen: er werd grind gewonnen en de campings waren drukbezocht. Tegenwoordig spelen flora en fauna de hoofdrol op het eiland. De campings zijn verdwenen en de grindindustrie is allang geleden vertrokken. Sindsdien heeft men kosten noch moeite gespaard om het oorspronkelijke, door de meanderende Rijn gevormde landschap weer in oude staat te herstellen. Bijvoorbeeld door wegen af te breken, oevers vlakker te maken en –heel belangrijk– hoogwatergeulen aan te leggen. De grote geulen achter de Rijndijk stromen vol bij overstromingen of heftige regenval. Zodoende is en passant voor steltlopers een echte oase gecreëerd. Die zijn immers gek op open, vochtige vlaktes. Daar kunnen de dieren, samen met hun jongen, zoeken naar insecten en wormen. De tureluur bijvoorbeeld. In de zachte ondergrond zoekt hij met zijn gevoelige, lange snavel naar lekkernijen. Zijn kenmerkende lokroep is hier al vanaf april te horen, dan komen de vogels terug van hun winterverblijfplaats. Ook kievieten doen rond deze tijd het gebied aan. Met imposante baltsvluchten verdedigen de mannetjes dan hun territorium. Met een beetje geluk kunnen de kijkers de duikvluchten meebeleven waarbij de dieren luid roepend in de lucht heen en weer zwenken en met hun vleugels een bonzend geluid maken. In vroeger tijden maakte men zich geen zorgen over het kievitsbestand- Bismarck nog kreeg tegen het einde van de 19e eeuw jaarlijks voor zijn verjaardag 101 van de als delicatesse bekend staande kievietseieren. De drastische terugloop van het kievitsbestand kan men echter niet aanrekenen aan de eiervoorliefde van Bismarck.

Vochtige natuurlandschappen zijn tegenwoordig zeldzaam. Dat komt omdat de grondwaterspiegel gemiddeld genomen daalt, grotendeels een gevolg van de kunstmatige stroombepaling van de Rijn en haar overloopgebieden. De rivier stroomt daardoor sneller,  en het water graaft zich steeds dieper in het rivierbed in. Ook het gemotoriseerde scheepsverkeer speet een rol. Sinds 1900 is het rivierbed meerdere meters gedaald. De drogere velden worden ook nog steeds intensiever gebruikt voor de landbouw, waarbij meer pesticiden en onkruidbestrijdingsmiddelen worden ingezet. Dat is slecht nieuws voor de insecten en dus hebben vogels steeds minder te eten. Bijzonder nadelig voor het broedbestand is het vroege maaien van de velden waaraan dan natuurlijk vele broedsels of jonge dieren ten offer vallen. De immense waarde van rustige oases als deze hier, is nauwelijks te onderschatten. Zeldzame vogels als de kemphaan of de bonte strandloper kiezen het eiland uit als rustplek tijdens hun vogeltrek. Dit zijn vogels die eigenlijk liever aan de kust vertoeven. Hier manifesteren ze zich als "wormtrappelaar": met hun getrappel zorgen ze voor kleine vibraties en lokken zo de regenwormen omhoog. Neem bij een bezoek de tijd om– natuurlijk van een afstandje – de steltlopers te bewonderen in dit idyllische natuurgebied.

Terug

De hoogwatergeulen op de Bislicher Insel

Meer informatie

Wie heeft er zin in een wijnproeverij ? Een exclusief glaasje uit het Nederrijn-gebied? De beroemde Riesling uit Rheinberg misschien? Of anders een „Büdericher Spätlese“? Vindt u dat raar klinken? Dat klopt inderdaad wel, want de Nederrijn staat niet bekend als wijngebied. Nog niet, in elk geval. Want de klimaatverandering kan er al in een paar decennia voor zorgen dat hier aan de ideale voorwaarden voor wijnbouw wordt voldaan. Maar ook nu al worden door heel Duitsland, zelfs op het eiland Sylt –  het meest noordelijke puntje van Duitsland – wijn aangebouwd door hobbyisten en professionele wijnboeren. En we weten dat ook in het verleden wijn werd verbouwd aan de Nederrijn. Dat ging natuurlijk niet om exquise druivensoorten – dat was in het Nederrijnse klimaat nooit mogelijk. De meeste jaren leverden een nogal zuur resultaat op, dat alleen gezoet met honing nog een beetje te drinken was. De wijn van het Klooster Kamp had bijvoorbeeld een bijzonder slecht imago in de streek. De spreuk:  „Kamper wijn, zorgt voor pijn“, deed niet voor niets de rondte. Maar toch, al sinds de Romeinen de wijn naar dit gedeelte van Europa brachten, werd steeds opnieuw geprobeerd geschikte druiven aan te bouwen en wijn te persen. Omdat er in de middeleeuwen, tussen de negende en de veertiende eeuw, een relatief gematigd klimaat heerste, ging dat overigens ook een hele periode redelijk goed. Nog maar 250 jaar geleden was wijnbouw heel normaal in Keulen of Neuss, en die steden liggen echt niet veel zuidelijker. In de omgeving van Wesel vinden we tot de Vroegmoderne Tijd wijnbouwgebieden terug, onder andere in Büderich, Rheinberg, Moers en Xanten. Wijn was immers niet alleen in de kerk als miswijn onmisbaar, dankzij de alcohol bevatte het ook minder bacteriën dan bijvoorbeeld water. In de middeleeuwen was wijn bovendien een van de belangrijkste handelsgoederen. Dus de gemiddelde middeleeuwer was blij als hij de wijn voor eigen gebruik zelf aan kon bouwen. Ook al was het dan wat zuur.

Terug

Wijnbouw

Meer informatie

Er zijn maar weinig mensen die zich verheugen op een middagje grasmaaien. Denkt u zich dan eens in, hoe het zou zijn om het gras op de dijk te moeten maaien. Dat is natuurlijk nog eens wat anders dan een normale tuin. Gelukkig is er een veel betere oplossing. Een schaap is namelijk een ideale grasmaaier voor dijken. Of beter gezegd: een kudde schapen. Daarom kunt u hier overal bij de dijken schapen tegen het lijf lopen. Ook in kustregio's, bijvoorbeeld aan de Noordzee, worden graag schapen gebruikt. Schapen houden namelijk niet alleen het gras aangenaam kort, maar stampen en passant ook de bodem aan. En een goed aangestampte bodem met overal graswortels is een effectieve bescherming tegen dijkerosie en overstromingen. Dus schapen zijn niet alleen maar goed voor wol, vlees, melk of kaas – op zich al reden genoeg voor de mensheid om al ongeveer 5000 jaar schapen te houden – ze helpen ook nog bij het voorkomen van overstromingen en milieubeheer. Zo helpen ze ook de soortenrijkdom in stand te houden. Dijken staan weliswaar niet bekend als bloemenzee, maar hier zijn toch enkele bij insecten zeer populaire planten te vinden, zoals het Knoopkruid, de Glad walstro en het Duizendblad. Machinaal grasmaaien is slecht voor de planten en daarmee ook voor de insecten. Maar door schapen de dijken te laten begrazen, wordt ook nog eens gegarandeerd dat de bloemen kunnen bloeien en de insecten kunnen leven.

Terug

Schapen

Meer informatie

Bij het horen van het woord duinen denkt u vast aan de zee, het strand en misschien ook nog wel aan een woestijn. Dus waarom hebben we het hier, bij Mehrhoog, dan over duinen? Is dat een misplaatste grap? Nee hoor, geologen weten het zeker: bij Mehrhoog en Diersfordt zijn hele duinruggen te vinden. Zeker, de duinen zien er anders uit dan hun neven en nichten aan de Noordzee of in de Sahara. Ze zitten namelijk verstopt onder dichtbegroeide pijnboombossen en, zoals de natuurbescherming het graag ziet, steeds vaker ook onder eikenbossen. Het steil oplopende bos achter de weg is de rand van het duinlandschap. Voor geologen is het trouwens nog maar een heel jong landschap, al ziet het er dan nog zo oud en volgroeid uit. Het ontstond na de laatste ijstijd, ongeveer 12.000 jaar geleden. Een wijdlopig waternetwerk – waaruit in de loop der tijd de Rijn en haar verschillende zijarmen ontstonden – had van de achtergebleven massa's leem, klei en zand een brede vlakte gemaakt. Het Nederterras, u ziet het liggen. De wind blies het fijne zand van het terras alle kanten op, totdat het zich tegen de randen ophoopte tot wel 6 meter hoge heuvels. En daarmee tot duinen, want vanaf 2 meter hoogte mogen we zandheuvels duinen noemen.

Zandgronden zoals deze bij Mehrhoog waren lange tijd ongeschikt voor landbouw. Het grondwater zat te diep en de zandgrond was niet vast genoeg. De resten van dit duinlandschap zijn gedeeltelijk beschermd natuurgebied, bijvoorbeeld het Naturschutzgebiet Risswald. Straatnamen als Sandstraße, Aueweg en Grabenstraße verwijzen ook nog naar de ligging tussen en laagvlakte. Uit de straatnaam Leege Heide kunnen we nog afleiden dat vroeger een groot deel van het zandgebied heide was en lager gelegen was dan het Risswald. De kleine hoogteverschillen speelden vroeger een belangrijke rol in het leven van de mensen. Laten we dus geen grappen maken over de duinen in het Nederrijn-gebied.

Terug

Duinen uit de ijstijd

Meer informatie

Het is maar goed dat er langs de Nederrijn zoveel dijken zijn. Niet alleen beschermen ze de dorpen en velden tegen overstromingen, het zijn ook de laatste plekken waar veel zeldzame soorten een veilig heenkomen kunnen zoeken. Zeldzame bloemen en dieren welteverstaan. Bonte bloemenvelden waren vroeger karakteristiek voor het landschap rond de Nederrijn. De hoger gelegen gedeelten – met relatief droge grond in combinatie met het milde klimaat – waren ideaal voor schraal nat hooiland en glanshavervelden. Deze velden boden een thuis aan vele diersoorten. Intensief bodemgebuik heeft deze ecosystemen bijna volledig verdrongen. Maar nog niet op de dijken, die als een groen lint door het landschap van de Nederrijn slingeren. Bij minder intensief bodemgebruik hebben de bonte weidebloemen en wilde kruiden nog een kans te overleven. In elk geval daar, waar niet al te veel mest wordt gebruikt. Laat maaien, in juni, of beweiding met schapen – zoals hier – helpt ook. Schapen zijn gemaakt om grasmaaier te spelen op de dijken. En als ze niet te vaak mogen grazen, hebben de bloemen de gelegenheid op te bloeien. Dat is niet alleen een lust voor het oog. Het is ook een feest voor – deels zeldzame – insecten. Om te overleven zijn die echt afhankelijk van de bloeiende schuilplaatsen op de dijken. Overigens is het ook goed voor de waterbescherming om dijken extensief te beweiden. Schapen trappen de plaggen goed aan. Bloemen die zonder veel mest groeien, krijgen zo de gelegenheid om in de voedselarme bodem een dicht, diep en met elkaar verworteld systeem te vormen dat tegen erosie beschermt. Helaas worden de dijken alleen nog maar gemaaid en mogen schapen er niet meer grazen. Het gevolg is dat de dijken volgroeien met grassen die nauwelijks voedsel voor insecten bieden. En als er intensief bemest wordt, is het voor de grassen niet meer nodig zich diep in de grond te wortelen. Er is dan toch altijd genoeg voedsel aan de oppervlakte aanwezig. Dit maakt dijk gevoeliger voor erosie. Laten we hopen dat ook op andere plekken het voorbeeld van deze dijk wordt gevolgd. Dat is goed voor planten en insecten, het beschermt tegen wateroverlast en geeft ons de kans te genieten van deze kleurrijke diversiteit.

Terug

Bloemen tegen overstromingen

Meer informatie

Eigenlijk had de natuur het allemaal geweldig geregeld. Er waren grote rivieren, bijvoorbeeld de Rijn, die zo stroomden waar ze maar wilden. En alle dieren en planten pasten hun leven aan het ritme van de rivier aan. Op plekken die regelmatig overstroomden, groeiden bomen en struiken die goed met veel water om konden gaan. Ze vormden ooibossen en boden veel dieren een ideale woonplaats. Op bijzonder vochtige gebieden groeiden vooral zilverwilgen en populieren – de zogenoemde zachthoutooibossen. Op gronden die wat hoger lagen, en minder vaak overstroomden, groeiden hardhoutooibossen. Zomereiken, olmen en essen konden hier optimaal gedijen en lieten met hun hoge boomkronen genoeg licht over voor de andere bomen en struiken. Daarom behoren hardhoutooibossen ook tot de meest veelsoortige bossoorten van Europa. Helaas behoren ze tegenwoordig ook tot de zeldzaamste bossoorten. Ze groeien namelijk op vruchtbare grond. De Romeinen begonnen al met het rooien van ooibossen om weidegrond te winnen – en veel hout binnen te halen! Nadat deze omgeving later werd ingepolderd, konden op de plekken waar ooit hardhoutooibossen stonden, zelfs zeer vruchtbare akkers worden aangelegd. Deze ontwikkeling leidde hier langs de Nederrijn tot het volledige verdwijnen van de hardhoutooibossen. In de jaren negentig van de vorige eeuw kwam een tegenbeweging op gang. Met als resultaat het kleine ooibos waar we nu voor staan. Het was een echt experiment en niemand wist of het zou lukken, maar inmiddels groeit het ooibos vastberaden door. De vele bewoners, libellen, vlinders, kevers, vogels, kikkers en vleermuizen, zullen er in elk geval dankbaar voor zijn.

Terug

Hardhoutooibossen

Meer informatie